ECLI:NL:RBROT:2020:12940

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
30 december 2020
Publicatiedatum
5 februari 2021
Zaaknummer
C/10/610501 / FA RK 20-10151
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 WvggzArtikel 2 lid 1 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voortzetting crisismaatregel op grond van de Wvggz wegens niet-doelmatigheid verplichte zorg

De officier van justitie verzocht op 28 december 2020 om voortzetting van een crisismaatregel die op 24 december 2020 was opgelegd aan betrokkene, die verblijft in Antes, locatie Albrandswaardsedijk te Poortugaal. De mondelinge behandeling vond plaats op 30 december 2020 via beeld- en geluidverbinding, waarbij betrokkene, zijn advocaat en medisch specialisten aanwezig waren.

Tijdens de zitting gaven de arts en psychiater aan dat betrokkene gedragsproblemen vertoont die mogelijk voortkomen uit een persoonlijkheidsstoornis. Zij stelden dat verplichte zorg niet doelmatig is, mede omdat betrokkene deze maand al drie keer met een crisismaatregel was opgenomen. Behandeling zou alleen zinvol zijn als betrokkene deze vrijwillig accepteert.

De rechtbank concludeerde dat niet voldaan is aan de voorwaarden voor verplichte zorg en wees het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel af. Tegen deze beschikking staat cassatie open. De beschikking is op 30 december 2020 mondeling gegeven en op 12 januari 2021 schriftelijk uitgewerkt.

Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen omdat verplichte zorg niet doelmatig is.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/610501 / FA RK 20-10151
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 30 december 2020 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum betrokkene] , [geboorteplaats betrokkene]
hierna: betrokkene,
wonende te [woonplaats betrokkene] ,
thans verblijvende in Antes, locatie Albrandswaardsedijk te Poortugaal,
advocaat mr. J.J.M. Cliteur te ‘s-Hertogenbosch.

1..Procesverloop

1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 28 december 2020, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 24 december 2020 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 24 december 2020;
  • de medische verklaring opgesteld door [naam 1] , psychiater, van 24 december 2020;
  • de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;
  • het bericht dat er geen relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene zijn.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 30 december 2020. Bij die gelegenheid zijn (overeenkomstig artikel 2 lid 1 van Pro de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid) via beeld- en geluidverbinding gehoord:
  • betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;
  • mr. J. Janssen, officier van justitie;
  • [naam 2] , arts in opleiding tot psychiater en [naam 3] , psychiater, beiden verbonden aan Antes.
1.3.
De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2..Beoordeling

Tijdens de mondelinge behandeling geeft de arts aan dat er bij betrokkene sprake is van gedragsproblemen, die mogelijk voortkomen uit een persoonlijkheidsstoornis. Verplichte zorg is volgens de arts en de psychiater niet doelmatig. Betrokkene is deze maand al drie keer met een crisismaatregel opgenomen. Tijdens de zitting is uitgebreid gesproken over hoe nu verder en waarom verplichte zorg niet passend is. De arts en psychiater hebben toegelicht dat verplichte zorg niet doelmatig is voor de behandeling van de stoornis van betrokkene. Behandeling zal alleen zinvol zijn, als betrokkene deze op vrijwillige basis wil accepteren. Ook het verplicht opstarten van de behandeling wordt als niet doelmatig en zinvol gezien. Er is daarmee niet voldaan aan de voorwaarden voor verplichte zorg.
Gelet op het voorgaande wordt het verzoek afgewezen.

3..Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze beschikking is op 30 december 2020 mondeling gegeven door mr. L.R. Prins, rechter, in tegenwoordigheid van M. Streefland, griffier en op 12 januari 2021 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.