Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2020:12938

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
8 december 2020
Publicatiedatum
5 februari 2021
Zaaknummer
C/10/608824 / FA RK 20-9351
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

De rechtbank Rotterdam behandelde op 8 december 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging aan betrokkene, die lijdt aan een psychose in remissie binnen het kader van schizofrenie en overmatig alcoholgebruik. Betrokkene was niet aanwezig bij de zitting, maar werd vertegenwoordigd door zijn advocaat die verklaarde dat betrokkene niet wilde verschijnen.

Uit de medische verklaring, het zorgplan en de mondelinge behandeling bleek dat betrokkene ernstige risico's liep op verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en gevaar voor de veiligheid van personen en goederen. Hoewel betrokkene momenteel meewerkt aan behandeling en medicatie, is verplichte zorg noodzakelijk om terugval te voorkomen en stabiliteit te behouden.

De rechtbank achtte het toedienen van medicatie, medische controles en het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid noodzakelijk en wees andere door de officier verzochte zorgvormen af als niet proportioneel. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar. De zorgmachtiging wordt verleend voor een periode van zes maanden vanaf 8 december 2020, met het oog op het afwenden van ernstig nadeel en het bevorderen van maatschappelijke participatie.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden om verplichte zorg toe te passen ter voorkoming van ernstig nadeel.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/608824 / FA RK 20-9351
Betrokkenenummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 8 december 2020 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum betrokkene] ,
hierna: betrokkene,
wonende en verblijvende te Rotterdam,
advocaat mr. L.M. Deiman te Rotterdam.

1..Procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 30 november 2020.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- de medische verklaring opgesteld door [naam 1] , psychiater, van
17 november 2020;
  • de zorgkaart van 6 november 2020;
  • het zorgplan van 21 oktober 2020;
  • de afwijzende beslissing van de geneesheer-directeur ten aanzien van het schorsen van de voorbereiding van een verzoekschrift voor een zorgmachtiging om de betrokkene in de gelegenheid te stellen een plan van aanpak op te stellen;
  • de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz; en
  • het bericht dat er geen relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene zijn.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 8 december 2020. Bij die gelegenheid zijn verschenen:
  • de advocaat van betrokkene; en
  • [naam 2] , behandelaar verbonden aan Parnassia Groep.
1.3.
De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.
1.4.
Betrokkene is niet verschenen. De advocaat van betrokkene geeft aan dat zij betrokkene heeft gesproken. Betrokkene heeft de advocaat duidelijk gemaakt dat hij niet naar de rechtbank wil komen en de advocaat machtigt namens hem het woord te doen.
Betrokkene was op de hoogte van de zitting en is in de gelegenheid gesteld om deel te nemen. De rechtbank heeft hiermee vastgesteld dat betrokkene niet bereid was zich te doen horen.

2..Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten psychose in remissie (in het kader van schizofrenie) van het paranoïde type en overmatig alcoholgebruik.
2.2.
Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. Betrokkene is bekend met schizofrenie. Hij heeft verschillende psychotische episodes gehad waarbij hij zich terug trok, zichzelf verwaarloosde en dreigend was. Het gaat nu goed met betrokkene. Hij werkt mee en het toestandsbeeld is stabiel. Hij drinkt wel dagelijks alcohol. Maar geeft hier verder geen inzicht in. Betrokkene wil alcohol blijven drinken.
2.3.
Om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, heeft betrokkene verplichte zorg nodig.
2.4.
Betrokkene werkt nu mee aan de behandeling en de inname van de medicatie. Om te voorkomen dat betrokkene zich onttrekt aan zorg is er volgens de behandelaar nog wel een machtiging nodig. Zeker ook omdat het toestandsbeeld soms nog schommelt. Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig.
2.5.
De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken met de aanwezigen. De rechtbank heeft daarbij niet kunnen luisteren naar betrokkene. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
  • het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening; en
  • het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen (het meewerken aan ambulante behandeling);
2.6.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de behandelaar tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden, nu de medicatie verplicht kan worden toegediend.
2.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.8.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden met ingang van vandaag.

3..Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.4. kunnen worden getroffen;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 8 juni 2021.
Deze beschikking is op 8 december 2020 mondeling gegeven door mr. A.C. Hendriks, rechter, in tegenwoordigheid van M. Streefland, griffier en op 14 december 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.