ECLI:NL:RBROT:2020:12913

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
13 november 2020
Publicatiedatum
4 februari 2021
Zaaknummer
C/10/607667 / FA RK 20-8780
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 WvggzArtikel 2 lid 1 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot voortzetting crisismaatregel op grond van Wvggz wegens afwezigheid suïcidaliteit

De officier van justitie verzocht op 12 november 2020 om voortzetting van een crisismaatregel die op 11 november 2020 was opgelegd aan betrokkene, die opgenomen was vanwege suïcidaliteit. Bij het verzoek waren medische verklaringen en eerdere machtigingen op grond van de Wet Bopz en Wvggz gevoegd. De mondelinge behandeling vond plaats op 13 november 2020 via beeld- en geluidverbinding, waarbij betrokkene en haar advocaat, alsmede een psychiater van Antes werden gehoord.

De psychiater verklaarde dat het ernstig nadeel, namelijk de suïcidaliteit, niet meer aanwezig was. De eerdere doodwens van betrokkene was komen te vervallen, waardoor niet langer werd voldaan aan de vereisten voor verplichte zorg op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro. De officier van justitie werd niet gehoord omdat geen nadere toelichting op het verzoek werd geacht nodig.

Op grond van deze feiten en medische beoordeling wees de rechtbank het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel af. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open. De beschikking werd mondeling gegeven op 13 november 2020 en schriftelijk uitgewerkt op 30 november 2020.

Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen omdat de suïcidaliteit niet langer aanwezig is.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/607667 / FA RK 20-8780
Betrokkenenummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 13 november 2020 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum betrokkene] , [geboorteplaats betrokkene] ,
hierna: betrokkene,
wonende te GEHEIM ADRES,
thans verblijvende in Antes, locatie Poortmolen te Capelle aan den IJssel,
advocaat mr. R.H.P. Feiner te Rotterdam.

1..Procesverloop

1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 12 november 2020, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 11 november 2020 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van
11 november 2020;
- de medische verklaring opgesteld door [naam 1] , psychiater, van
11 november 2020;
  • de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;
  • het bericht dat er geen relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene zijn.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 13 november 2020. Bij die gelegenheid zijn (overeenkomstig artikel 2 lid 1 van Pro de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid) via beeld- en geluidverbinding gehoord:
  • betrokkene met haar hiervoor genoemde advocaat;
  • [naam 2] , psychiater, verbonden aan Antes.
1.3.
De officier is niet gehoord, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2..Beoordeling

De psychiater geeft aan dat het ernstig nadeel niet meer aanwezig is. Betrokkene is opgenomen vanwege suïcidaliteit. De doodwens die betrokkene eerder had, is niet meer aanwezig. Er is daarom niet voldaan aan de vereisten voor verplichte zorg. Gelet op het voorgaande wordt het verzoek afgewezen.

3..Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze beschikking is op 13 november 2020 mondeling gegeven door mr. D.C.J. Peeck, rechter, in tegenwoordigheid van M. Streefland, griffier en op 30 november 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.