Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis van de officier van justitie
- bewezenverklaring van het ten laste gelegde medeplegen van een woningoverval;
- veroordeling van de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van acht maanden met aftrek
- met opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.
4..Waardering van het bewijs
toe-eigeningheeft weggenomen een Macbook
eenmobiele telefoon en 650 euro, toebehorende aan [naam slachtoffer 1]
5..Strafbaarheid van het feit
6..Strafbaarheid van de verdachte
7..Motivering van de straf
8..Vorderingen van de benadeelde partijen
9..Vordering tenuitvoerlegging 10/040411-19
10..Vordering tenuitvoerlegging 10/702034-19
11..Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.. Bijlagen
13..Beslissing
voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) dagen;
[naam benadeelde 1], te betalen een bedrag van
maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen
€ 4.277,70(hoofdsom,
zegge: vierduizend tweehonderd tweeënzeventig euro en zeventig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 maart 2020 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling in geval van niet-betalen op 0 (nul) dagen;
[naam benadeelde 2], te betalen een bedrag van
€ 30,00 (zegge: dertig euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 1 maart 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;
maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen
€ 30,00(hoofdsom,
zegge:dertig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 maart 2020 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling bij niet-betalen op 0 (nul) dagen;
10/040411-19van 3 juli 2019 van de kinderrechter in deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie - aan de veroordeelde een taakstraf, bestaande uit een werkstraf op voor de duur van 28 (achtentwintig) uren, waarbij de Raad voor de Kinderbescherming dient te bepalen uit welke werkzaamheden de werkstraf dient te bestaan, met bevel dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 14 (veertien) dagen;
10/702034-19van 3 juli 2019 van de kinderrechter in deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie - aan de veroordeelde een taakstraf, bestaande uit een werkstraf op voor de duur van 28 (achtentwintig) uren, waarbij de Raad voor de Kinderbescherming dient te bepalen uit welke werkzaamheden de werkstraf dient te bestaan, met bevel dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 14 (veertien) dagen.