De officier van justitie verzocht de rechtbank om voortzetting van een op 28 november 2020 opgelegde crisismaatregel tegen betrokkene, die verblijft in een psychiatrische inrichting vanwege agressief gedrag en psychische stoornissen.
De advocaat van betrokkene stelde primair dat het verzoek niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat de crisismaatregel onrechtmatig zou zijn, maar de rechtbank verwierp dit verweer omdat zij alleen de rechtmatigheid van de voortzetting van de verplichte zorg kan toetsen, niet die van de oorspronkelijke crisismaatregel.
Uit de stukken en de mondelinge behandeling bleek dat betrokkene een ernstig risico vormt voor zichzelf en zijn omgeving door psychotische episodes, laagbegaafdheid en agressief gedrag, waaronder bedreigingen en vernielingen richting familieleden. De rechtbank achtte de voortzetting van verplichte zorg, waaronder medicatie, bewegingsbeperking en toezicht, noodzakelijk en proportioneel om ernstig nadeel af te wenden.
De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel werd toegekend voor een periode van drie weken, waarbij minder ingrijpende alternatieven ontbraken en rekening werd gehouden met de veiligheid en het bevorderen van maatschappelijke participatie van betrokkene.
Tegen deze beschikking staat cassatie open.