ECLI:NL:RBROT:2020:12522
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij schuldwitwassen
De rechtbank Rotterdam behandelde op 9 oktober 2020 een vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van € 10.000,-, gebaseerd op schuldwitwassen. De veroordeelde was eerder veroordeeld voor schuldwitwassen, en de officier van justitie wilde het voordeel vaststellen en ontnemen.
De verdediging voerde aan dat er onvoldoende bewijs was dat de veroordeelde daadwerkelijk voordeel had verkregen uit het bewezenverklaarde schuldwitwassen. De rechtbank oordeelde dat het enkele feit van witwassen niet automatisch betekent dat er sprake is van wederrechtelijk verkregen voordeel. Het dossier en de zitting boden onvoldoende aanknopingspunten om het voordeel vast te stellen.
Daarom wees de rechtbank de vordering van de officier van justitie af. Dit vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer voor strafzaken, bestaande uit voorzitter Van de Kragt en rechters Van Beckhoven en Janssen, en uitgesproken op de openbare terechtzitting.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel af wegens onvoldoende bewijs.