Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2020:11957

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
12 oktober 2020
Publicatiedatum
22 december 2020
Zaaknummer
10/960152-18, 10/960153-18 / RC-nummers : 18/1518, 18/1519
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 226a SvArt. 348 SvArt. 349 SvArt. 350 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing en afwijzing vordering bedreigde getuige in strafzaken tegen twee verdachten

De officier van justitie vorderde op 13 augustus 2019 dat een persoon (NN) als bedreigde getuige zou worden gehoord in strafzaken tegen twee verdachten. Na een statusgesprek en eerdere beslissingen werd de status van bedreigde getuige aanvankelijk toegekend, maar later vernietigd door de rechtbank. Een nieuw statusgesprek met bijstand van een advocaat vond plaats, waarbij de NN persoon verklaarde alleen relevante informatie te hebben over verdachte 1.

De rechter-commissaris beoordeelde dat de NN persoon een relevante verklaring kan afleggen over verdachte 1, maar niet over verdachte 2, die een broer is van verdachte 1. De verdenking tegen beide broers betreft deelname aan een criminele organisatie met terroristisch oogmerk, maar de NN persoon kon geen relevante informatie over verdachte 2 geven.

Daarom werd de vordering tot het horen van de NN persoon als bedreigde getuige toegewezen in de zaak tegen verdachte 1, met de maatregel dat zijn identiteit verborgen blijft tijdens het verhoor. De vordering werd afgewezen in de zaak tegen verdachte 2. De beschikking is gegeven op 12 oktober 2020 door rechter-commissaris Woerdeman.

Uitkomst: Vordering tot horen als bedreigde getuige toegewezen voor verdachte 1 met identiteitsbescherming, afgewezen voor verdachte 2.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Kabinet rechter-commissaris
BESCHIKKING EX ARTIKEL 226a VAN HET WETBOEK VAN STRAFVORDERING
Parketnummers : [parketnummer 1] , [parketnummer 2]
RC-nummers : [RC-nummer 1] , [RC-nummer 2]
De rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de Rechtbank Rotterdam heeft een vordering ontvangen in de strafzaak tegen de verdachten
[naam verdachte 1] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum verdachte 1] ,
thans gedetineerd te PI Vught;
[naam verdachte 2] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum verdachte 2] ,
thans gedetineerd te PI Vught.

Procedure

De officier van justitie heeft op 13 augustus 2019 gevorderd een persoon (NN) als getuige te horen in bovengenoemde strafzaken en hem/haar daarbij de status van bedreigde getuige toe te kennen.
Daarop is door de rechter-commissaris die destijds de zaken tegen beide verdachten behandelde, een zogenoemd statusgesprek gevoerd met deze persoon. In de beslissing van 7 januari 2020 is aan die persoon ten aanzien van beide strafzaken de status van bedreigde getuige verleend.
Bij beslissing van 28 april 2020 is door de rechtbank die beslissing vernietigd. Nu die beslissing, gelet op het dictum, ziet op beide strafzaken, heeft de opvolgend rechter-commissaris aanleiding gezien opnieuw een statusgesprek te voeren in beide strafzaken. De officier van justitie heeft op 7 juli 2020 de vorderingen van 13 augustus 2019 herhaald. De NN persoon die als bedreigde getuige zou moeten worden gehoord, is in dit nieuwe statusgesprek bijgestaan door een advocaat.
De rechter-commissaris heeft de personalia van deze persoon gecontroleerd.
Deze NN persoon heeft gemotiveerd aangegeven over relevante strafrechtelijke informatie te beschikken ten aanzien van een persoon die door hem/haar wordt genoemd: (fonetisch) [naam] . Uit het statusgesprek is duidelijk geworden dat de potentiële getuige het heeft over: [naam verdachte 1] . Dit wordt ook duidelijk uit de eerder gevoerde gesprekken tussen de politie en deze NN persoon inzake de mogelijkheid om als getuige een verklaring af te leggen (deze kluisverklaringen zijn in bezit van de rechter-commissaris).
Deze NN persoon heeft voorts concreet aangegeven waarom er wat hem/haar betreft sprake is van een situatie zoals genoemd in artikel 226a, lid 1 onder a Sv en waarom hij/zij daarom alleen als getuige wenst te verklaren indien hem/haar de status van bedreigde getuige wordt verleend. Daarbij heeft hij/zij, mede op basis van vragen van de rechter-commissaris, aangegeven waarom hij/zij, onder die voorwaarden wél wenst te verklaren.
Tijdens het statusgesprek heeft de rechter-commissaris gesproken over een eventuele relatie tussen de potentiële getuige en de verdachten. In dat licht is er gesproken over het feit dat de vordering van de officier van justitie ook ziet op de medeverdachte [naam medeverdachte] , zijnde een broer van de verdachte. De potentiële getuige heeft daarop aangegeven die naam niet te kennen en ook niet te weten wie die persoon is. Daarbij heeft hij/zij opgemerkt in eerdere gesprekken met de politie, alsmede in het eerste statusgesprek met de voormalige rechter-commissaris, alleen te hebben gesproken over de persoon met de naam [naam] en ook alleen over die persoon te kunnen verklaren.
De rechter-commissaris heeft de officier van justitie, mede in het licht van artikel 226a, lid 2 Sv gevraagd te reageren op het bovenstaande. De officier van justitie heeft daarop laten weten dat beide verdachten worden vervolgd voor deelname aan een criminele organisatie met een terroristisch oogmerk en dat de verklaring van de getuige in ieder geval relevant is voor beide verdachten. Bovendien, aldus de officier van justitie, is het vanuit verdedigingsoptiek van belang dat de getuige ook kan worden gehoord over de verdachte over wiens rol door de getuige niet direct is verklaard. Dat kan, aldus de officier van justitie, alleen als die getuige als bedreigde getuige in beide strafzaken wordt gehoord.
De verdediging van beide verdachten is bij e-mail van 19 augustus 2020 in het licht van artikel 226a lid 2 Sv, in de gelegenheid gesteld te reageren. Mr. Plasman heeft namens zijn cliënt bij e-mail van 27 augustus 2020 aangegeven geen opmerkingen te hebben. Van de zijde van mr. Nooitgedacht is, ook na een aantal reminders vanuit het kabinet rc, geen reactie ontvangen.

Beoordeling

De rechter-commissaris overweegt als volgt.
De eerste vraag die beantwoord moet worden is of de vordering tot het horen van de NN persoon als getuige kan worden toegewezen. Die NN persoon moet in dat verband een verklaring kunnen afleggen die relevant is voor beantwoording van de vragen van artikelen 348-350 Sv. Gelet op de kluisverklaringen en hetgeen de NN persoon in het statusgesprek heeft verklaard, is ten aanzien van de verdenking tegen [naam verdachte 1] voldaan aan dat criterium. Dat is evenwel niet het geval in de strafzaak tegen [naam verdachte 2] . De NN persoon heeft in het statusverhoor opgemerkt die persoon niet te kennen, niet te weten hoe hij eruit ziet en alleen maar te kunnen verklaren over [naam verdachte 1] . De kluisverklaringen ondersteunen die opmerkingen. Immers, daaruit blijkt dat de NN persoon ook alleen over [naam verdachte 1] heeft gesproken. De rechter-commissaris is daarom van oordeel dat de NN persoon mitsdien niets relevant kan verklaren over [naam verdachte 2] in relatie tot zijn strafzaak. Dat de verdenking tegen beide broers ziet op deelname aan een criminele organisatie met een terroristisch oogmerk maakt dit niet anders.
De vordering tot het horen van de NN persoon als getuige in de strafzaak tegen [naam verdachte 2] moet dan ook worden afgewezen.
In de strafzaak tegen [naam verdachte 1] zal de vordering tot het horen van de NN persoon als getuige worden toegewezen.
De officier van justitie heeft daarbij gevorderd dat de identiteit van deze getuige ter gelegenheid van zijn/haar verhoor verborgen zal worden gehouden.
De rechter-commissaris overweegt op dit punt het volgende.
De getuige heeft bij de politie en in het meest recente statusgesprek gesproken over zijn/haar relatie ten opzichte van verdachte. Mede op basis van verdiepingsvragen van de rechter-commissaris, heeft de getuige verteld waarom en op welke wijze hij/zij kan verklaren over feiten en omstandigheden die relevant kunnen zijn in de strafzaak tegen verdachte. De getuige heeft voorts concreet aangegeven, met onder meer een uiteenzetting van zijn/haar persoonlijke omstandigheden, waarom er, wat hem/haar betreft, concreet sprake is van een situatie zoals bedoeld in artikel 226a, lid 1 onder a Sv. De getuige heeft ook een aantal keren met concrete voorbeelden invulling gegeven aan een situatie zoals bedoeld in artikel 226a, lid 1 onder a Sv.
Gelet hierop, de kluisverklaringen en in relatie tot de aard van de verdenking en de vordering van de officier van justitie, is in voldoende mate komen vast te staan dat sprake is van een situatie zoals bedoeld in artikel 226a, lid 1 onder a Sv.
De getuige heeft aangegeven vanwege die vrees alleen een verklaring te willen afleggen indien zijn/haar identiteit verborgen blijft.
De rechter-commissaris overweegt dat de getuige op zodanige wijze gehoord kan worden dat zijn/haar identiteit verborgen blijft, maar ook het ondervragingsrecht van de verdediging van [naam verdachte 1] gewaarborgd blijft.
De vordering van de officier van justitie tot het horen van de getuige onder toepassing van artikel 226a Sv in de strafzaak tegen [naam verdachte 1] wordt daarom toegewezen.

Beslissing

Wijst toe de vordering om de getuige als een bedreigde getuige aan te merken in de strafzaak tegen [naam verdachte 1] ( [parketnummer 1] ) en beveelt dat ter gelegenheid van het verhoor de identiteit van de getuige verborgen zal worden gehouden.
Wijst af de vordering om de NN persoon als getuige te horen in de strafzaak tegen [naam verdachte 2] ( [parketnummer 2] ).
Deze beschikking is gegeven op 12 oktober 2020 door mr. A.J.L. Woerdeman, rechter-commissaris, in bijzijn van drs. V.R. Meelhuysen, griffier.
Tegen deze beschikking staat voor de officier van justitie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beschikking en voor de verdachten en de getuige binnen veertien dagen na de betekening daarvan hoger beroep open bij de rechtbank Rotterdam.