ECLI:NL:RBROT:2020:11887
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak medeplegen zware mishandeling en diefstal met geweld in vereniging
Op 22 december 2020 heeft de rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen van zware mishandeling, poging tot zware mishandeling en diefstal met geweld in vereniging. De tenlastelegging betrof een incident van 31 maart 2019 waarbij de benadeelde partij ernstig letsel opliep.
Tijdens de terechtzitting op 9 december 2020 werd het bewijs, waaronder tapgesprekken en getuigenverklaringen, besproken. Hoewel de tapgesprekken aantonen dat verdachte kennis had van het delict, plaatsen zij hem niet op de plaats van het delict en zijn onvoldoende concreet over zijn bijdrage. De getuigenverklaring van de aangever was bovendien tegenstrijdig en onbetrouwbaar gelet op de fysieke verschillen tussen verdachte en de door de aangever beschreven dader.
De rechtbank concludeerde dat het primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen en sprak verdachte vrij. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding, aangezien verdachte werd vrijgesproken. De benadeelde partij werd veroordeeld in de kosten van de verdediging, welke nihil werden begroot.
De uitspraak bevatte tevens een gedetailleerde gewijzigde tenlastelegging waarin de specifieke gedragingen en feiten rondom het incident werden omschreven, waaronder het toebrengen van een gebroken oogkas en het wegnemen van persoonlijke eigendommen met geweld.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van medeplegen van zware mishandeling, poging daartoe en diefstal met geweld in vereniging.