Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Het procesverloop en de processtukken
2.Het verzoek en de reactie daarop
3.De beoordeling
nietdoorgaat.
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster, een Belgische naamloze vennootschap, verzocht wraking van de rechter in een civiele procedure omdat de rechter weigerde een zitting uit te stellen na een coronabesmetting binnen het advocatenkantoor van verzoekster. De advocaat van verzoekster kon daardoor niet fysiek met zijn cliënt overleggen en meende dat er een ongelijk speelveld ontstond doordat de zitting via Skype werd gehouden met de eis dat advocaat en cliënt in dezelfde ruimte moesten zijn.
De rechter had op 30 september 2020 de advocaten dezelfde informatie gestuurd over de zitting en het verzoek tot uitstel niet gehonoreerd. De zitting ging op 1 oktober 2020 via Skype door, waarbij de rechter de wraking ontving en de zaak niet behandelde. De wrakingskamer oordeelde dat een onwelgevallige beslissing van de rechter geen grond voor wraking vormt, tenzij sprake is van objectieve aanwijzingen voor vooringenomenheid, wat hier niet het geval was.
De rechtbank benadrukte dat Skype-zittingen in coronatijd gebruikelijk zijn en dat de advocaat en cliënt ook via verschillende locaties konden deelnemen en overleggen. Het tweede wrakingsverzoek werd niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening. De rechtbank wees het wrakingsverzoek af en verklaarde het tweede verzoek niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen en het tweede wrakingsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard.