ECLI:NL:RBROT:2020:11818
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeend niet-geven spreekrecht
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die het kort geding behandelde, omdat hij zich tijdens de zitting niet gehoord voelde en geen spreekrecht kreeg. De rechter had vragen gesteld aan partijen, maar de advocaat van verzoeker beantwoordde deze namens hem. Verzoeker maakte tijdens de zitting niet kenbaar dat hij zelf het woord wilde voeren.
De rechter stelde dat het burgerlijk procesrecht geen spreekrecht voor partijen kent die met een advocaat procederen en dat het aan de partij of diens advocaat is om aan te geven of men zelf het woord wil voeren. De rechter was niet gehouden verzoeker expliciet te vragen of hij iets wilde zeggen.
De wrakingskamer oordeelde dat er geen zwaarwegende aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid van de rechter. Het formele vereiste dat het wrakingsverzoek door een advocaat moet worden ingediend werd met instemming van verzoeker genegeerd vanwege praktische overwegingen. Het verzoek werd ongegrond verklaard en afgewezen.
Uitkomst: Wrakingsverzoek tegen rechter wordt afgewezen wegens ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.