ECLI:NL:RBROT:2020:11746
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen salariskorting wegens arbeidsongeschiktheid
Eiseres, werkzaam als jurist bij het Drechtstedenbestuur, maakte bezwaar tegen een salariskorting van 10% wegens arbeidsongeschiktheid die sinds mei 2018 werd toegepast. Verweerder verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk, stellende dat het rechtsgevolg reeds eerder was vastgesteld bij een besluit van juni 2018 en dat de salarisspecificatie van november 2018 slechts een herhaling van dit besluit betrof.
De rechtbank oordeelde dat de brief van 11 juni 2018 een besluit is dat met terugwerkende kracht de salariskorting tot 90% vanaf 29 mei 2018 vaststelt. De latere salarisspecificaties, waaronder die van november 2018, bevatten slechts een terugkerend element en zijn daarom geen zelfstandige besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Daarnaast was het voornemen om het salaris te korten tot 75% vanaf de 13e maand arbeidsongeschiktheid niet doorgevoerd, omdat verweerder dit opschortte en het salaris volledig uitkeerde in de periode december 2018 tot maart 2019. Hierdoor trad geen verandering in de rechtspositie van eiseres op.
De rechtbank concludeerde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk werd verklaard en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar tegen de salariskorting wordt ongegrond verklaard.