Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..De beschuldiging in de tenlastelegging
2..Het bewijs
Verband tussen de verdachte en de scooter van de schutter
- De door de schutter bij de liquidatie gebruikte scooter is op 14 oktober 2018, drie dagen voor het schieten, door de verdachte gekocht.
- De verdachte heeft een medeverdachte gevraagd de scooter op zijn naam te zetten en heeft deze medeverdachte op de dag van het schieten gevraagd om aangifte te doen van diefstal van de scooter. Als reden daarvoor gaf hij een dag later aan dat de scooter gebruikt zou zijn bij een schietpartij.
- Op de sleutel van de scooter en op de (achter een klepje weggewerkte) tankdop is DNA van de verdachte aangetroffen.
Verband tussen de verdachte en de door schutter verloren helm
Verband tussen de verdachte en het slachtoffer
- Op 13 oktober 2018 is op de tablet veelvuldig gezocht naar scooters soortgelijk aan de bij de schietpartij gebruikte scooter, die door de verdachte op 14 oktober 2018 is gekocht.
- Op 15 oktober 2018 overdag is op de tablet gezocht naar kappensets, een voorkap, een windscherm, een stickerset en een stuurkap voor een Gilera Runner. Ook is er die dag op Marktplaats gezocht op ‘wrap folie’ en ‘carbon folie’. Op 15 oktober 2018 om 22.08 uur is er op Marktplaats weer naar kappensets voor een Gilera Runner gekeken.
Verband tussen de verdachte en het ongeval met de scooter
[naam medeverdachte 1]
[naam persoon 1]
3..De bewijsmiddelen
Schieten
Stukken van overtuiging:
Verklaring van de verdachte op de zitting van 24 november 2020:
Verklaring van de verdachte op de zitting van 24 november 2020:
Verklaring van de verdachte op de zitting van 24 november 2020:
4..De verboden gedragingen en de strafbaarheid
1..medeplegen van moord;de eendaadse samenloop van
poging tot doodslag; en
het opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat aan een ander toebehoort, beschadigen.
5..De onderbouwing van de straf
‘Verhoging strafmaximum moord; is veertig het nieuwe dertig?’ [37] In dit onderzoek is onder meer gekeken naar de straffen die door rechters voor moord zijn opgelegd in de periode van 2006-2018.
- Vergelding: leedtoevoeging op basis van het schuldverwijt dat aan de verdachte wordt gemaakt.
- Speciale preventie: het schrikeffect van de straf op de verdachte, zodat hij het niet nog een keer doet.
- Generale preventie: het schrikeffect van de straf op anderen om te voorkomen dat zij een dergelijk misdrijf plegen.
6..De vorderingen van de benadeelde partij
De vorderingen
woon-werkverkeer € 646,39
en overbrenging € 5.290,60
primair€ 3.100,-
subsidiair€ 775,-
primair€ 19.700,-
subsidiair€ 4.925,-
Bij dergelijke vorderingen kan van de strafrechter en alle procespartijen worden verwacht dat zij zonder al te veel voorwerk en kennis van het civiele recht adequaat kunnen ingaan op en/of beslissen over de vorderingen. Eenvoudig zijn bijvoorbeeld vorderingen die gaan over beperkte materiële en immateriële schade en affectieschade die wordt gevorderd op grond van de Wet Vergoeding Affectieschade.
- de kosten voor apotheek/medicatie en psycholoog alsmede de parkeer- en reiskosten van [naam slachtoffer 2] ;
- de kosten van (bedorven) etenswaren alsmede de kosten voor de huur van een koelauto van [naam slachtoffer 3] ;
- de kosten van de uitvaartverzorging in Nederland en overbrenging naar Hong Kong, gemaakt door [naam nabestaande 2] ;
- de kosten van de begraafplaats in Hong Kong, gemaakt door [naam nabestaande 3] .
- de kosten van de uitvaart in Hong Kong, gemaakt door [naam nabestaande 7] .
- Is de door [naam slachtoffer 3] gevorderde immateriële schade, nog daargelaten of dit immateriële schade is, rechtstreekse schade in de zin van artikel 361, tweede lid aanhef en onder b, Sv?
- Komt de immateriële schade die door drie kinderen van het slachtoffer op grond van (primair) shockschade danwel (subsidiair) op grond van aantasting in de persoon op andere wijze (6:106, aanhef en onder b van het Burgerlijk Wetboek) is gevorderd voor vergoeding in aanmerking en zo ja, tot welk bedrag?
- Komen de kosten levensonderhoud die door drie van de (deels niet thuiswonende) kinderen van het slachtoffer op grond van artikel 6:108 lid 1 sub a van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) zijn gevorderd op grond van de gegeven (algemene) onderbouwing voor vergoeding in aanmerking en zo ja, tot welk bedrag?
- Komen de kosten van de nabestaanden voor (1) vliegtickets, (2) het omboeken van vliegtickets en (3) andere reiskosten in verband met het overlijden van het slachtoffer (waaronder kosten voor reizen naar het ziekenhuis, vliegveld, advocaat en overige instanties) als zijnde (kosten die samenhangen met) de kosten van lijkbezorging op grond van artikel 6:108 lid 2 BW Pro voor vergoeding in aanmerking?
- In een tussenvonnis beslissen op de vragen van 348-350 Sv.
- Onderzoek op de zitting heropenen voor de vorderingen van de benadeelde partijen;
- Het bestuur van de rechtbank vragen om een civiele rechter te benoemen als rechter-commissaris in strafzaken.
- Mogelijk nog eenmaal schriftelijk of mondeling hoor- en wederhoor op een regiebijeenkomst.
- Een en ander binnen de termijn van drie maanden, waarna het onderzoek op de zitting opnieuw zou worden gesloten en een eindvonnis zou volgen. Dit eindvonnis zou de beslissingen van het tussenvonnis en de inhoudelijke beslissingen op alle vorderingen van de benadeelde partijen bevatten.
[naam slachtoffer 1] wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering van € 646,39 aan misgelopen vergoeding van reiskosten. Dit betreft immers een vergoeding van kosten die [naam slachtoffer 1] ten gevolge van zijn ziekmelding niet meer heeft gemaakt, zodat vooralsnog niet kan worden vastgesteld dat dit schade van [naam slachtoffer 1] betreft.
materiëleschade betreft en geen immateriële schade (zoals door de benadeelde partij is opgegeven), gaat het hier om schade die kennelijk is ontstaan als gevolg van de poging tot doodslag op [naam slachtoffer 1] . [naam slachtoffer 3] is echter niet getroffen in enig belang dat door de met dat feit overtreden strafbepaling wordt beschermd, zodat [naam slachtoffer 3] de door haar gevorderde schadeposten niet als rechtstreeks gevolg van dit feit heeft geleden. [40] [naam slachtoffer 3] zal dan ook in dit deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard worden.
- aan [naam nabestaande 1] een schadevergoeding van € 2.014,43;
Ook wordt oplegging van de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.
7..Alle beslissingen in het kort en ondertekening
gevangenisstraf voor de duur van 18 jaar;
€ 6.159,33 (zegge: zesduizendhonderdnegenenvijftig euro en drieëndertig cent), bestaande uit € 3.159,33 aan materiële schade en € 3.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 17 oktober 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam slachtoffer 2] te betalen
€ 6.159,33 (zegge: zesduizendhonderdnegenenvijftig euro en drieëndertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 oktober 2018 tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom
te vervangen door 65 dagen gijzeling. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
van € 1.693,21 (zegge: duizendzeshonderddrieënegentig euro en eenentwintig cent)aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 17 oktober 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam slachtoffer 3] te betalen
€ 1.693,21 (zegge: duizendzeshonderddrieënnegentig euro en eenentwintig cent),vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 oktober 2018 tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom
te vervangen door 26 dagen gijzeling. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
- aan [naam nabestaande 1] een bedrag van
- aan [naam nabestaande 2] een bedrag van
- aan [naam nabestaande 3] een bedrag van
- aan [naam nabestaande 4] een bedrag van € 1.499,95 (zegge: duizendvierhonderdnegenennegentig euro en vijfennegentig cent) aan materiële schade;
- aan [naam nabestaande 5] een bedrag van
- aan [naam nabestaande 7] een bedrag van
- aan [naam nabestaande 8] een bedrag van
bepaalt dat dit deel van hun vorderingen slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partijen te betalen:
- ten behoeve van [naam nabestaande 1] € 2.014,43
- ten behoeve van [naam nabestaande 2] € 6.446,
- ten behoeve van [naam nabestaande 3] € 19.207,97
- ten behoeve van [naam nabestaande 4] € 1.499,95
- ten behoeve van [naam nabestaande 5] € 1.707,04
- ten behoeve van [naam nabestaande 7] € 26.721,28
- ten behoeve van [naam nabestaande 8] € 19.700,-