Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2020:11621

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
18 december 2020
Publicatiedatum
15 december 2020
Zaaknummer
8829757 HA VERZ 20-18540
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:671 BWArt. 7:672 lid 11 BWArt. 7:625 BWArt. 7:681 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging ontslag wegens ontbreken instemming en ontslagvergunning met toewijzing loon en wedertewerkstelling

Verzoekster is sinds juni 2017 in dienst bij Nas Trading B.V. als verkoopster, met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en een afgesproken uurloon. Op 26 september 2020 werd haar medegedeeld dat zij per 30 september 2020 zou worden ontslagen. Verzoekster maakte bezwaar tegen het ontslag en hield zich beschikbaar voor werk.

Zij verzocht de kantonrechter om vernietiging van de opzegging wegens het ontbreken van haar schriftelijke instemming en een ontslagvergunning van het UWV, betaling van achterstallig en lopend loon, verstrekking van loonstroken, en wedertewerkstelling op straffe van dwangsommen. Nas erkende de vorderingen en gaf aan een ontslagvergunning aan te vragen.

De kantonrechter oordeelde dat de opzegging niet rechtsgeldig was omdat verzoekster niet had ingestemd en Nas geen ontslagvergunning had. Daarom werd de opzegging vernietigd, Nas werd verplicht verzoekster toe te laten tot het werk en het loon door te betalen vanaf 1 november 2020. Tevens werd toewijzing van achterstallig loon, wettelijke verhogingen, rente en verstrekking van loonstroken bevolen. Nas werd veroordeeld in de proceskosten en de beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De opzegging van de arbeidsovereenkomst wordt vernietigd, verzoekster wordt wedertewerkgesteld en Nas wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig en lopend loon met dwangsommen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Zaaknummer: 8829757 HA VERZ 20-18540
uitspraak: 18 december 2020
beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam
in de zaak van
[verzoekster] ,
wonende in [woonplaats verzoekster] ,
verzoekster,
gemachtigde: mr. G.C. Blom,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
NAS Trading B.V.,
gevestigd in Rotterdam,
verweerster,
procederend bij haar directeur, [naam] .
Partijen worden hierna “ [verzoekster] ” en “Nas” genoemd.

1..Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure volgt uit het volgende:
  • het verzoekschrift, met producties, ontvangen door de griffie op 21 oktober 2020;
  • het betekeningsexploot van 4 november 2020;
  • het verweerschrift, met producties, gedateerd 2 december 2020.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 8 december 2020.
De uitspraak van de beschikking is nader bepaald op vandaag.

2..De feiten

2.1.
[verzoekster] is per 2 juni 2017 voor bepaalde tijd in dienst getreden bij (de rechtsvoorganger van) Nas als verkoopster dameskleding bij AdL Store Hoogvliet. Deze arbeidsovereenkomst is een aantal keer verlengd en vervolgens overgegaan in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Partijen zijn een arbeidsomvang van 32 uur per week gemiddeld overeengekomen en een uurloon van € 9,30 bruto, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag. [verzoekster] is vanaf 1 november 2017 werkzaam bij AdL Store Hesseplaats, thans Nektar geheten.
2.2.
Op zaterdag 26 september 2020 heeft de heer [naam] , middellijk bestuurder van Nas, [verzoekster] medegedeeld dat zij per 30 september 2020 zou worden ontslagen.
2.3.
[verzoekster] heeft bezwaar gemaakt tegen het ontslag en heeft zich beschikbaar gehouden om haar werkzaamheden voort te zetten.

3..Het verzoek en het verweer

3.1.
[verzoekster] verzoekt (samengevat) om bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad:
primair:
-
in de hoofdzaak:
de op 26 september 2020 gedane opzegging van de arbeidsovereenkomst te vernietigen;
te bepalen dat NAS [verzoekster] dient toe te laten tot het werk op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag;
-
in de samenhangende vordering:
doorbetaling van het reguliere (minimum)loon van thans € 9,70 bruto per uur en derhalve € 1.261,- bruto per maand, te vermeerderen met vakantietoeslag en overige emolumenten vanaf 1 oktober 2020 totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd;
betaling van het achterstallig loon en vakantiebijslag over de periode 1 juli 2019 tot
1 september 2020 van € 466,13 bruto;
betaling aan [verzoekster] van het achterstallig loon over de periode september 2020 van
€ 44,73 netto;
e wettelijke verhoging over het per 1 juli 2019 tot 1 september 2020, respectievelijk per 1 oktober 2020, achterstallige loon;
verstrekking van de bruto/netto salarisspecifïcaties met betrekking tot de onder a) tot en met c) te verrichten betalingen, alsmede voor de reeds verstreken maanden juli en augustus 2020, op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag;
de wettelijke rente over de hiervoor in dit petitum vermelde bedragen vanaf de dag der opeisbaarheid van de onderscheiden bedragen;
subsidiair:
-
in de hoofdzaak:
NAS te veroordelen tot betaling aan [verzoekster] van een billijke vergoeding van € 2.700,- (bruto);
NAS te veroordelen tot betaling aan [verzoekster] , van de wettelijke transitievergoeding verschuldigd per einddatum;
-
in de samenhangende vordering:
betaling aan [verzoekster] van een op grond van artikel 7:672 lid 11 BW Pro geldende vergoeding gelijk aan het bedrag van het in geld vastgesteld loon van € 9,70 bruto per uur en derhalve € 1.261,00 bruto per maand over de periode dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te duren.
betaling aan [verzoekster] van het achterstallig loon en vakantiebijslag over de periode
1 juli 2019 tot 1 september 2020 van € 466,13 bruto;
betaling aan [verzoekster] van het achterstallig loon over de periode september 2020 van
€ 44,73 netto;
betaling aan [verzoekster] van de wettelijke verhoging over het per 1 juli 2019 tot
1 september 2020, respectievelijk per 1 oktober 2020 achterstallige loon;
verstrekking van de bruto/netto salarisspecificaties met betrekking tot de onder a) tot en met c) te verrichten betalingen, alsmede voor de reeds verstreken maanden juli en augustus 2020, op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag;
betaling aan [verzoekster] van de wettelijke rente over de hiervoor in dit petitum vermelde bedragen vanaf de dag der opeisbaarheid van de onderscheiden bedragen;
primair en subsidiair:
veroordeling van NAS in de proceskosten.
3.2.
[verzoekster] baseert haar primaire verzoek tot vernietiging van de opzegging van de arbeidsovereenkomst op artikel 7:681 lid 1 BW Pro. Zij vordert nakoming van de verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst, te weten doorbetaling van het loon en overige emolumenten, betaling van achterstallig salaris en emolumenten en toelating tot het werk.
Subsidiair verzoekt [verzoekster] toekenning van een billijke vergoeding op basis van artikel 7:672 lid 11 BW Pro.
3.3.
Nas erkent de vordering. Zij voert aan dat zij haar boekhouder inmiddels opdracht heeft gegeven om tot betaling over te gaan. Nas stelt dat zij een groothandel is en geen werkzaamheden meer heeft voor [verzoekster] . Daarom heeft zij inmiddels een ontslagvergunning voor [verzoekster] aangevraagd bij het UWV.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt, voor zover nodig, hierna verder ingegaan.

4..De beoordeling

4.1.
Op grond van artikel 7:681 lid Pro 1, aanhef en onder a, BW kan de kantonrechter op verzoek van de werknemer de opzegging van de arbeidsovereenkomst vernietigen als de werkgever heeft opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW Pro. Dit artikel bepaalt onder meer dat de werkgever de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig kan opzeggen zonder schriftelijke instemming van de werknemer, tenzij het UWV toestemming heeft verleend voor de opzegging. Vast staat dat [verzoekster] niet heeft ingestemd met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst en dat Nas geen schriftelijke toestemming van het UWV had om de arbeidsovereenkomst met [verzoekster] op te zeggen. Het verzoek tot vernietiging van de arbeidsovereenkomst wordt daarom toegewezen. Nas heeft niet, althans onvoldoende onderbouwd dat [verzoekster] niet kan terugkeren op de werkvloer, zodat zij [verzoekster] weer zal moeten toelaten tot het werk totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd. De gevorderde dwangsom zal worden toegewezen tot een bedrag van € 80,- per dag met een maximum van € 10.000,-.
4.2.
Aangezien de opzegging wordt vernietigd, loopt de arbeidsovereenkomst nog steeds door en moet Nas het salaris van [verzoekster] doorbetalen. Dit betreft thans € 9,70 bruto per uur ofwel € 1.261,- bruto per maand, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag en overige emolumenten. [verzoekster] heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat zij het (juiste) salaris van oktober heeft ontvangen, zodat het loon vanaf 1 november 2020 zal worden toegewezen.
4.3.
Nas heeft tijdens de mondelinge behandeling erkend dat zij over de periode 1 juli 2019 tot 1 september 2019 nog een bedrag van € 466,13 bruto aan achterstallig loon en vakantiebijslag is verschuldigd en over september nog een bedrag van € 44,73 netto aan achterstallig loon. Deze vorderingen worden ook toegewezen.
4.4.
Ook de gevorderde wettelijke verhoging en de wettelijke rente worden als onweersproken toegewezen, met dien verstande dat de wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf het moment waarop het verzoekschrift door de rechtbank is ontvangen.
4.5.
Tijdens de zitting heeft [verzoekster] verklaard dat zij inmiddels de loonstroken over september en oktober heeft ontvangen. Nas dient ook de loonstroken (de bruto/netto salarisspecificaties) over de toegewezen bedragen aan achterstallig salaris, het salaris van juli en augustus 2020 en het salaris vanaf november 2020 nog aan [verzoekster] te verstrekken. De vordering van [verzoekster] zal aldus worden toegewezen. De gevorderde dwangsom zal worden toegewezen tot een bedrag van € 80,- per dag met een maximum van € 5.000,-.
4.6.
Nas wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld. Omdat [verzoekster] procedeert op basis van een toevoeging, blijven de verschotten beperkt tot het verschuldigde griffierecht.

5. De beslissing

De kantonrechter:
vernietigt de op 26 september 2020 gedane opzegging van de arbeidsovereenkomst;
bepaalt dat Nas [verzoekster] moet toelaten tot het werk (totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd), op straffe van een dwangsom van € 80,- voor iedere dag of een gedeelte daarvan dat Nas in gebreke blijft om [verzoekster] tot het werk toe te laten, vanaf de derde dag waarop deze beschikking is betekend aan Nas, met een maximum van € 10.000,-;
en voorts:
veroordeelt Nas tot:
doorbetaling aan [verzoekster] , binnen vijf dagen na betekening van deze beschikking, van het reguliere (minimum)loon van € 9,70 bruto per uur en derhalve € 1.261,- bruto per maand, te vermeerderen met vakantietoeslag en overige emolumenten over de periode vanaf 1 november 2020 totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd;
betaling aan [verzoekster] van € 466,13 bruto aan achterstallig loon en vakantiebijslag over de periode 1 juli 2019 tot 1 september 2020;
betaling aan [verzoekster] van € 44,73 netto aan achterstallig loon over de periode september 2020;
betaling aan [verzoekster] van 50% van de hiervoor onder a tot en met c toegewezen bedragen aan wettelijke verhoging ex artikel 7:625;
verstrekking aan [verzoekster] van de bruto/netto salarisspecificaties met betrekking tot de onder a. tot en met c. te verrichten betalingen en het salaris van juli en augustus 2020 op straffe van een dwangsom van € 80,- per dag met een maximum van
€ 5.000,- voor elke dag dat Nas na het verstrijken van een termijn van vijf dagen na betekening van deze beschikking hieraan niet voldoet;
betaling aan [verzoekster] van de wettelijke rente over de hiervoor onder a. tot en met d. genoemde bedragen vanaf 21 oktober 2020 tot de dag van volledige betaling;
veroordeelt Nas in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [verzoekster] vastgesteld op € 83,- aan griffierecht en € 721,- aan salaris voor de gemachtigde, van welke bedragen het totaal rechtstreeks aan die gemachtigde dient te worden voldaan;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.J. van Boven en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
424