Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 december 2020 in de zaak tussen
[Naam], eiseres, en [Naam], eiser, tezamen: eisers,
de korpschef van politie, de politiechef van de regionale eenheid Rotterdam,
Procesverloop
.
Rechtbank Rotterdam
Eisers verzochten de politie om verstrekking van twee originele processen-verbaal en overige documenten met betrekking tot een incident. De politie wees dit verzoek af op grond van de Wet politiegegevens (Wpg), met een onjuiste rechtsmiddelenclausule waarin werd vermeld dat beroep bij de rechtbank mogelijk was.
De rechtbank stelde ambtshalve vast dat tegen besluiten op grond van artikelen 16 tot en met 24 Wpg geen rechtstreeks beroep openstaat, anders dan bij besluiten op grond van artikel 25 en Pro 28 Wpg. Eisers hadden eerst bezwaar moeten maken voordat zij beroep konden instellen.
Omdat eisers niet eerst bezwaar hadden gemaakt, verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. De rechtbank droeg de politie op het beroepschrift als bezwaar in behandeling te nemen. Vanwege de onjuiste informatie in de rechtsmiddelenclausule veroordeelde de rechtbank de politie tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eisers.
De uitspraak benadrukt het belang van correcte informatie over rechtsmiddelen en de noodzaak van een bezwaarfase bij besluiten op basis van de Wpg-artikelen 16-24.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eerst bezwaar had moeten worden gemaakt, en de politie wordt veroordeeld in proceskosten en griffierecht.