De rechtbank Rotterdam heeft op 24 november 2020 een zorgmachtiging toegekend aan betrokkene, die sinds 2008 bekend is met schizofrenie en onder GGZ-zorg staat. Betrokkene vertoonde ernstig verwaarloosd gedrag en ontbrak ziekte-inzicht, waardoor vrijwillige zorg niet mogelijk was.
De procedure vond deels telefonisch plaats vanwege COVID-19, waarbij betrokkene, zijn advocaat, een verpleegkundige en de bewindvoerder werden gehoord. De officier van justitie was niet aanwezig, omdat nadere toelichting niet nodig werd geacht.
De rechtbank oordeelde dat het gedrag van betrokkene ernstig nadeel veroorzaakt, waaronder risico op lichamelijk letsel en maatschappelijke teloorgang. Verplichte zorg is noodzakelijk om dit af te wenden en de geestelijke gezondheid te verbeteren. De zorgmachtiging omvat medicatietoediening, medische controles, therapeutische maatregelen en beperkingen in vrijheid, met verplichte ambulante hulpverlening. Minder bezwarende alternatieven zijn niet beschikbaar.
De machtiging geldt voor twaalf maanden vanaf 24 november 2020. Andere door de officier gevraagde zorgvormen, zoals opname en bewegingsbeperkingen, werden niet toegewezen wegens onvoldoende noodzaak. Tegen deze beschikking staat cassatie open.