De werknemer was sinds 2011 in dienst bij Reinis, een reinigingsdienst, en werd op 5 maart 2020 op staande voet ontslagen wegens diefstal van metalen van het afvalbrengstation. Dit werd vastgesteld door een bedrijfsrecherche en erkend door de werknemer zelf.
De werknemer verzocht de kantonrechter het ontslag te vernietigen en betaling van salaris en vergoedingen toe te kennen. Reinis voerde verweer en stelde dat het ontslag terecht was wegens ernstig verwijtbaar handelen.
De kantonrechter oordeelde dat het herhaaldelijk meenemen van metalen zonder toestemming een dringende reden vormt voor ontslag op staande voet. De ernst van het feit, de rol van de werknemer en de duidelijke gedragsregels rechtvaardigen het ontslag. Ook de persoonlijke omstandigheden en de duur van het dienstverband wegen niet zwaar genoeg om het ontslag onrechtmatig te maken.
Het verzoek tot vernietiging van het ontslag en toekenning van vergoedingen wordt afgewezen. Het voorwaardelijk tegenverzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt eveneens afgewezen. De werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten.