Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- de dagvaarding van 27 juni 2020, met producties 1 tot en met 13;
- de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 28;
- de pleitnota van mr. Schmidt.
Rechtbank Rotterdam
Eiser vordert betaling van achterstallig loon en vakantietoeslag van gedaagde, alsmede verstrekking van jaaropgaven en salarisspecificaties. De arbeidsovereenkomst dateert van oktober 2015, maar vanaf eind 2016 ontstond onduidelijkheid over de arbeidsrelatie doordat eiser mede-aandeelhouder werd en betalingen als managementfee werden gedaan.
De kantonrechter overweegt dat de loonvordering twijfel oproept over het bestaan van een dienstverband, mede omdat de managementovereenkomst nooit is ondertekend maar wel stilzwijgend is geaccepteerd. De onregelmatige betalingen en het gebruik van de term managementfee ondersteunen dit.
De gevorderde verstrekking van jaaropgaven wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang. De kort geding procedure is niet geschikt om de arbeidsrechtelijke verhouding definitief vast te stellen.
Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten, vastgesteld op € 721,-. De vordering wordt afgewezen en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De loonvordering en nevenvorderingen van eiser worden afgewezen wegens twijfel over het dienstverband en gebrek aan spoedeisend belang.