Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaar;
- ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 4 jaar met aftrek.
4..Waardering van het bewijs
Mede met het oog op het strafverhogende effect van dit bestanddeel moeten daarom aan de vaststelling dat sprake is van roekeloosheid, als zwaarste vorm van schuld, grenzend aan opzet, bepaaldelijk eisen worden gesteld. Van roekeloosheid als bedoeld in art. 6 Wegenverkeerswet Pro 1994 in verbinding met art. 175, tweede lid, Wegenverkeerswet 1994 is sprake indien zodanige feiten en omstandigheden worden vastgesteld dat daaruit is af te leiden dat door de buitengewoon onvoorzichtige gedragingen van de verdachte een zeer ernstig gevaar in het leven is geroepen, alsmede dat de verdachte zich daarvan bewust was, althans had moeten zijn.
Het oordeel van de rechtbank op dit punt zal steeds afhangen van de specifieke omstandigheden van het geval.
5..Strafbaarheid feit
6..Strafbaarheid verdachte
7..Motivering straffen
8..In beslag genomen voorwerpen
9..Toepasselijke wettelijke voorschriften
10..Bijlagen
11..Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden,
een gedeelte, groot 5 (vijf) maandenniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
de bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de tijd van
5 jaar;