Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
2. [gedaagde 2] ,
1..De procedure
- het tussenvonnis van 17 juli 2020 en de daarin genoemde stukken;
- de conclusie van dupliek namens [gedaagde 2] .
2..De feiten
3..Het geschil
4..De beoordeling
- [naam uitzendbureau] is haar verplichtingen jegens haar werknemers wel degelijk nagekomen;
- uit het feit dat de eindafrekening van het dienstverband tussen [naam uitzendbureau] en [eiseres] in augustus 2016 heeft plaatsgevonden, moet “impliciet” worden afgeleid dat [naam uitzendbureau] aan haar verplichtingen heeft voldaan;
- niet vaststaat dat [naam uitzendbureau] niet aan haar verplichtingen heeft voldaan;
- de hoogte van de vordering wordt betwist en [gedaagde 2] kan deze niet beoordelen omdat de administratie van [naam uitzendbureau] bij de curator ligt;
- uit het feit dat ook [gedaagde 1] failliet is gegaan blijkt dat de door [naam uitzendbureau] aan [gedaagde 1] overgedragen assets niet zo waardevol zijn geweest.