Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van alle ten laste gelegde feiten;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren, met aftrek van voorarrest.
4..Waardering van het bewijs
een paar dagennadat zij op 11 september 2019 was gevlucht vanuit [naam hotel 1] in Middelburg.
De verdachte heeft dit gedurende enige tijd in vereniging gedaan met [naam 2] .
€ 200,00 per keer van de verdachte kreeg. Ook deze onderdelen van de tenlastelegging acht de rechtbank daarom bewezen.
Gezien dit alles heeft de rechtbank geen reden om aan de verklaring van [naam getuige 3] te twijfelen en zal de rechtbank daarvan uitgaan.
engehuisvest met het
engehuisvest met het
5..Strafbaarheid feiten
6..Strafbaarheid verdachte
7..Motivering straf
8..Vorderingen benadeelde partijen / schadevergoedingsmaatregel
9..Toepasselijke wettelijke voorschriften
10..Bijlagen
11.. Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaren;
1 (één) jaarniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
proeftijd, die wordt gesteld op
2 (twee) jaar;
[naam benadeelde 2]niet-ontvankelijk in de vordering;
€ 10.000,00(zegge: tienduizend euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 13 november 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 1] te betalen
€ 10.000,00(zegge: tienduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 november 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
85 (vijfentachtig) dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;