ECLI:NL:RBROT:2020:10452
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot betaling wegens geleverde goederen en wettelijke handelsrente toegewezen
Eiser heeft gevorderd dat gedaagde 1 en gedaagde 2, voormalige vennoten van een vennootschap onder firma, worden veroordeeld tot betaling van een bedrag van €1.208,35 wegens geleverde goederen. De kantonrechter heeft vastgesteld dat de goederen daadwerkelijk zijn besteld en geleverd, onder meer op basis van een vrachtbrief met handtekening van gedaagde 1 en een factuur die niet is betwist.
De kantonrechter oordeelt dat de vordering van eiser toewijsbaar is en dat de wettelijke handelsrente vanaf 6 december 2015, zijnde 30 dagen na ontvangst van de factuur, verschuldigd is. Tevens worden gedaagde 1 en gedaagde 2 hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten, bestaande uit verschotten en salaris gemachtigde, met een aanvullende nakostenbegroting.
De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het meer of anders gevorderde is afgewezen. De procedure heeft plaatsgevonden bij de rechtbank Rotterdam op 6 november 2020.
Uitkomst: Gedaagde 1 en 2 worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van €1.208,35 plus wettelijke handelsrente en proceskosten.