Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..[gedaagde 1] ,
2..[gedaagde 2] ,
1..Het verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
3..Het geschil
- wordt ontbonden de in de dagvaarding omschreven overeenkomst;
- gedaagden worden veroordeeld om binnen veertien dagen na betekening en bevel van dit vonnis het gehuurde met al degenen die en al datgene dat zich daarin van de zijde van de gedaagden mocht(en) bevinden, te ontruimen en te verlaten, de sleutels daarvan aan Woonbron af te geven en het gehuurde geheel ontruimd ter beschikking van Woonbron te stellen en te laten;
- de verschuldigde hoofdsom van € 5.372,38, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag te rekenen vanaf de datum van de dagvaarding tot er is betaald;
- de huurbedragen waarop Woonbron recht had bij nakoming van de overeenkomst, steeds te rekenen van de eerste dag van elke maand vermeerderd met de wettelijke rente daarover tot er betaald is:
- de verschuldigde buitengerechtelijke kosten van € 270,98, of een bedrag dat de kantonrechter redelijk vindt;
- met veroordeling van gedaagden in de kosten van dit geding, te vermeerderen met de omzetbelasting (btw) over de daarvoor in aanmerking komende kostenposten.
4..De beoordeling
5..De beslissing
- [gedaagde 1] wordt veroordeeld om aan Woonbron te betalen de dagvaardingskosten van € 102,96;
- [gedaagde 2] wordt veroordeeld om aan Woonbron te betalen de dagvaardingskosten van € 102,96 en € 300,00 aan salaris gemachtigde;
- [gedaagde 1] en [gedaagde 2] worden hoofdelijk, in die zin dat wanneer de een betaald, de ander tot de hoogte van die betaling zal zijn bevrijd, veroordeeld om aan Woonbron te betalen het griffierecht van € 499,00 en € 300,00 aan salaris voor de gemachtigde;