Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..[gedaagde sub1] ,
[gedaagde sub 2],
[gedaagde sub 3/ eiser in reconventie],
Rechtbank Rotterdam
Eiser vordert van zijn buren een bijdrage van € 5.766,93 voor funderingsherstelkosten en stelt dat er afspraken zijn gemaakt over gezamenlijke betaling. De rechtbank stelt vast dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd voor het bestaan van een dergelijke afspraak met drie van de vier buren. Alleen tegen één buurman wordt de vordering toegewezen wegens het ontbreken van verweer.
De buren betwisten de noodzaak van het funderingsherstel, het bestaan van afspraken en de hoogte van de gevorderde bedragen. Daarnaast vordert één buurman in reconventie een schadevergoeding wegens vermeende schade aan zijn woning door ondeskundig funderingsherstel, maar ook deze vordering wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet heeft voldaan aan zijn bewijslast en wijst de vorderingen tegen drie buren af. De vordering tegen de vierde buurman wordt toegewezen wegens het ontbreken van verweer. Proceskosten worden verdeeld conform de uitkomst van de procedure.
Uitkomst: Vordering bijdrage funderingsherstel toegewezen tegen één buurman en afgewezen tegen drie anderen; tegenvordering schade afgewezen.