ECLI:NL:RBROT:2020:10386
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verklaring voor recht aansprakelijkheid werkgever voor rugklachten werknemer
De werknemer trad in september 2018 in dienst als lasser en meldde zich in mei 2019 ziek met rugklachten. Tijdens een periode van vijf tot zes weken was een tilhulp (kraan) defect, waardoor de werknemer zwaardere buizen handmatig moest tillen. De werknemer stelde de werkgever aansprakelijk voor de rugklachten die hij sinds mei 2019 ervaart.
De werkgever betwist aansprakelijkheid en het causaal verband tussen het tillen tijdens de defecte kraanperiode en de klachten. Uit medische stukken blijkt dat de werknemer ook vóór mei 2019 al rugklachten had. Verder is onduidelijk hoe vaak en hoeveel zwaardere buizen de werknemer daadwerkelijk heeft getild en in hoeverre hij hulp kreeg.
De kantonrechter oordeelt dat het verband tussen de klachten en de arbeidsomstandigheden te onzeker is om de omkeringsregel toe te passen. De werknemer draagt daarom de volledige bewijslast, waarvoor in dit deelgeschil geen ruimte is. Het verzoek wordt afgewezen. Ook het verzoek tot kostenbegroting wordt afgewezen wegens ontbreken van een kostenoverzicht.
Uitkomst: Het verzoek tot verklaring voor recht van aansprakelijkheid van de werkgever voor rugklachten wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van causaal verband.