Uitspraak
[naam verzoeker] , verzoeker,
Procedure
Inhoud verzoeken
Standpunt officier van justitie
Feiten
Beoordeling
€ 280,- worden toegekend.
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde verzoeken van een verdachte die in voorlopige hechtenis was genomen van 17 tot 18 juli 2019 en tegen wie het Openbaar Ministerie de strafzaak sepotte wegens onvoldoende wettig bewijs. De verzoeker vorderde op grond van artikel 533 Sv Pro een vergoeding voor immateriële schade door het voorarrest en op grond van artikel 530 Sv Pro een vergoeding voor kosten rechtsbijstand.
De officier van justitie verzette zich tegen toekenning van schadevergoeding, stellende dat de verdenking terecht was vanwege DNA-sporen op een hulzen en aangetroffen munitie in de woning van verzoeker. Ook werd gewezen op eerdere veroordeling wegens vuurwapenbezit en het feit dat verzoeker zijn woning had opengebroken terwijl deze door politie was vergrendeld.
De rechtbank oordeelde echter dat het sepot wegens ontbreken wettig bewijs een grond is voor toekenning van schadevergoeding, ook al was er een eerdere verdenking. De omstandigheden, waaronder verklaringen dat anderen toegang hadden tot de woning, en het ontbreken van vervolging, maakten dat gronden van billijkheid aanwezig waren. Daarom werd een vergoeding van €210 toegekend voor het voorarrest en €280 voor kosten rechtsbijstand, tezamen €490.
De beschikking werd op 16 november 2020 door rechter J. de Lange in het openbaar uitgesproken. De griffier werd bevolen tot uitbetaling over te gaan na onherroepelijkheid van de beschikking.
Uitkomst: Verzoeker krijgt een schadevergoeding van €490 toegekend wegens immateriële schade door voorarrest en kosten rechtsbijstand na sepot.