Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht,
[verzoekster] ,
Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift met producties, ontvangen op 26 februari 2020;
- het verweerschrift met producties;
- de brief van de zijde van [verzoekster] van 4 augustus 2020, met één productie;
- de brief van de zijde van Yulius van 4 augustus 2020;
- de aantekening van de griffier dat de mondelinge behandeling is aangevangen op
- de brief van de zijde van Yulius van 21 september 2020, met twee bijlagen;
- de aantekening van de griffier dat de mondelinge behandeling is voortgezet op 5 oktober 2020 in het gerechtsgebouw te Dordrecht.
Omschrijving van het geschil
Van Yulius als professionele zorgverlener op het vlak van – samengevat – de psychiatrie mag worden verwacht serieuze pogingen te doen om de ontstane (wederzijdse) vertrouwensbreuk te dichten/helen. Als hiervoor geoordeeld heeft [verzoekster] verwijtbaar gehandeld door niet aan [naam collega 1] te adviseren de interventie vooraf te overleggen, maar ook dat wezenlijk af te dingen is op de beslissing van [naam psychiater 1] om de groepswandeling goed te vinden en dat de terugkoppeling van de problematiek door de psychiaters aan het multidisciplinair behandelteam, alsmede de regels voor incidenteel alcohol gunnen aan patiënten in het algemeen en aan X in het bijzonder, niet voldoende duidelijk zijn geweest. Een intercollegiaal overleg dan wel intercollegiale toetsing met alle betrokkenen inclusief [verzoekster] en het gehele multidisciplinaire team naar aanleiding van het incident met X, waarbij ieders aandeel en verantwoordelijkheid in het geheel wordt benoemd en heldere regels en afspraken worden gemaakt en vastgelegd voor de toekomst, was op zijn plaats geweest en zou bij voorkeur alsnog moeten plaatsvinden. Zo nodig dient ook de mogelijkheid van herplaatsing te worden onderzocht. Vooralsnog heeft Yulius geen pogingen gedaan de arbeidsrelatie te herstellen. Naar het oordeel van het hof kan op dit moment dan ook niet worden geoordeeld dat de verstoring van de arbeidsverhouding duurzaam is.”
‘samen met u afspraken te maken over het hervatten van uw werkzaamheden binnen Yulius’. In reactie daarop heeft [verzoekster] bij brief van 11 april 2017 (productie 7b bij het verzoekschrift) aan Yulius bericht, onder meer:
- Er is sprake van verstoorde arbeidsverhoudingen.
- Er is ook sprake van ziekte waardoor de werknemer door medische beperkingen nog niet kan werken.
(…)
Gesprekken zijn noodzakelijk voor de aanpak van de verstoorde arbeidsverhoudingen. Op dit moment is het echter niet mogelijk dat hierover een gesprek plaatsvindt tussen werkgever en werknemer omdat:
de medische beperkingen zodanig zijn, waardoor een gesprek tussen werkgever en werknemer op dit moment medisch gecontra-indiceerd is.
werkhervatting in goede banen te leiden;
4. Conclusie
De door de werknemer uitgevoerde re-integratie-inspanningen zijn voldoende.’
‘Werknemer kan op dit moment niet actief deelnemen aan re-integratie zijnde mediationgesprekken en of een aanvullend onderzoek.’
- tot betaling van een billijke vergoeding aan [verzoekster] van € 96.463,10 bruto;
- tot betaling van het nog niet betaalde deel van de wettelijke transitievergoeding, zijnde een bedrag van € 8.663,-- bruto;
- om binnen één week na de datum van de beschikking [verzoekster] openlijk te rehabiliteren op grond van artikel 19, lid 7 van de cao GGZ 2019-2021, zulks op straffe van verbeurte van een direct opeisbare en aan [verzoekster] verschuldigde dwangsom ad € 500,-- voor iedere dag of gedeelte van een dag dat Yulius met het vorenstaande in gebreke blijft met een maximum van € 100.000,--;
- tot betaling van het achterstallige salaris over het tweede ziektejaar (24 april 2018-24 april 2019) aan [verzoekster] op grond van hoofdstuk 9D, artikel 2, lid 8 van de cao GGZ 2017-2019 wegens de onterecht doorgevoerde loonkorting van € 924,54 bruto per maand, zijnde totaal een bedrag van € 11.094,48 bruto;
- tot betaling aan [verzoekster] van een bedrag van € 5.547,24 zijnde de verschuldigde wettelijke verhoging ad 50% over het achterstallige salaris van 24 april 2018 tot
- tot betaling aan [verzoekster] van de wettelijke rente over de bedragen als hiervoor genoemd onder II, III, V en VI vanaf het tijdstip van opeisbaarheid van voornoemde bedragen tot de dag van algehele voldoening;
- in de kosten van de onderhavige procedure.
De beoordeling van het geschil
€ 252,62