Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Weergave bestreden besluit en verzoek en beroep
2.Kortsluiten met verzoek voorlopige voorziening
Spoedeisend belang
Beoordeling gronden
Rechtbank Rotterdam
De burgemeester van Rotterdam legde op 8 maart 2020 een huisverbod op aan verzoeker vanwege een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van medebewoners. Dit huisverbod werd op 18 maart 2020 verlengd met achttien dagen. Verzoeker stelde beroep in tegen deze verlenging en vroeg tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter besloot zonder zitting onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.
De rechtbank oordeelde dat het gevaar dat aan het huisverbod ten grondslag ligt nog steeds aanwezig is. Er is nog geen reële aanvang van hulpverlening die gedragsverandering bij verzoeker beoogt, mede door wachtlijsten en eerdere onvoldoende medewerking van verzoeker aan hulpverlening. De belangenafweging door de burgemeester werd als zorgvuldig en redelijk beoordeeld, waarbij de veiligheid van medebewoners prevaleert boven het belang van verzoeker.
Verzoekers betoog dat het huisverbod onevenredig is en dat de burgemeester de bevoegdheden op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg had moeten toepassen, werd verworpen. Ook het argument dat het contactverbod met de broer onvoldoende is gemotiveerd, faalde omdat het gevaar voor de broer vaststaat en geen nieuwe feiten dat tegenspreken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wees het verzoek om voorlopige voorziening af en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter M.C. Woudstra op 23 maart 2020.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlenging van het huisverbod wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.