Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
[naam verzoeker] , verzoeker,
de burgemeester van de gemeente Schiedam, verweerder,
[naam achterblijfster 3] ,geboren op [geboortedatum achterblijfster 3] 2017, dochter van verzoeker en achterblijfster;
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker is geconfronteerd met een huisverbod dat door de burgemeester van Schiedam is opgelegd wegens een vermoeden van ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van gezinsleden. Dit huisverbod geldt voor tien dagen en is ingesteld na een incident waarbij sprake zou zijn van geweld en dreiging, waarbij ook de minderjarige kinderen aanwezig waren.
De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat ondanks tegengestelde verklaringen van verzoeker en zijn partner, er voldoende aanwijzingen zijn voor het vermoeden van gevaar. Dit blijkt onder meer uit een 112-melding, verklaringen van de partner en een Risico-taxatie instrument Huiselijk Geweld van de politie. De rechter oordeelt dat het huisverbod proportioneel is en gerechtvaardigd om verdere escalatie te voorkomen en hulpverlening op te starten.
Verzoeker stelde dat het huisverbod disproportioneel is, met name het contactverbod met de minderjarigen, maar de rechter acht dit gerechtvaardigd ter bescherming van hun geestelijke gezondheid. Er is nog geen sprake van beëindiging van het gevaar, omdat er geen reële start met hulpverlening is gemaakt en een partnergesprek gepland staat. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het huisverbod wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.