Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift, met producties, ontvangen op 8 oktober 2019;
- het verweerschrift, met producties;
- de bij brief van 5 november 2019 nagezonden producties aan de zijde van [verzoekster] .
2.De feiten
3.Het verzoek en de grondslag daarvan
4.Het verweer
5.De beoordeling
6.De beslissing
- veroordeelt [verweerster] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [verzoekster] te voldoen het overeengekomen salaris van € 1.480,80 bruto per maand, over de periode vanaf 17 juli 2019 tot 6 augustus 2019, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag, de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW Pro, dit alles te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van verschuldigdheid tot de dag der voldoening;
- veroordeelt [verweerster] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [verzoekster] te voldoen
- veroordeelt [verweerster] om ter zake bovenstaande betalingen aan [verzoekster] een deugdelijke bruto/netto specificatie te verstrekken op straffe van een dwangsom van € 100,- per dag dat [verweerster] hiermee na betekening van deze beschikking in gebreke blijft, met een maximum van € 5.000,-;
- veroordeelt [verweerster] in de kosten van de procedure, tot op heden aan de zijde van [verzoekster] vastgesteld op € 486,- aan griffierecht en € 721,- aan salaris gemachtigde;
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad en wijst het meer of anders verzochte af.