ECLI:NL:RBROT:2019:9558
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens misbruik en ontbreken rechterlijke beslissing
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de bestuursrechtbank Rotterdam naar aanleiding van het afwijzen van zijn beroep op betalingsonmacht voor het griffierecht door de griffier. De wrakingskamer oordeelt dat de beslissing van de griffier een voorlopig karakter heeft en dat uiteindelijk de rechter beslist over de ontvankelijkheid van het beroep.
Het wrakingsverzoek is niet gericht tegen een specifieke rechter, zoals vereist volgens artikel 8:15 Awb Pro, en is daarom niet-ontvankelijk verklaard. Bovendien is het wrakingsverzoek aangewend om een andere beslissing van de griffier af te dwingen, wat een misbruik van het wrakingsmiddel vormt.
Eerder zijn vergelijkbare wrakingsverzoeken van verzoeker afgewezen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid. Daarom wordt bepaald dat een volgend wrakingsverzoek in deze procedure niet in behandeling zal worden genomen.
De beslissing is genomen door de meervoudige kamer voor wrakingszaken van de rechtbank Rotterdam en uitgesproken op 21 november 2019.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard en volgend wrakingsverzoek wordt niet in behandeling genomen.