Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1 primair (poging tot moord), 2 (brandstichting) en 3 (diefstal) ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaar met aftrek van voorarrest;
- de gevangenneming van de verdachte op de datum van de uitspraak.
4.Waardering van het bewijs
Eten en diazepam
Tijdstip vertrek uit de woning
Wie heeft de brand aangestoken?
Het scenario volgens de rechtbank
Opzet op de dood
Voorbedachten rade
1.primair
daaraaneen hoeveelheid diazepam heeft toegevoegd en- die [naam slachtoffer] (vervolgens) in diens woning aan de [adres delict] die maaltijd heeft gegeven en
5.Strafbaarheid feiten
1.poging tot moord;
opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar voor anderen te duchten is;
diefstal.
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
Voorlopige hechtenis
De bewezen verklaarde feiten 1 en 2 kennen een strafbedreiging van meer dan twaalf jaar, en betreffen misdrijven die de rechtsorde ernstig schokken, ook na verloop van enige tijd. De vordering tot gevangenneming van de verdachte zal op grond van het bovenstaande worden toegewezen.
9.Vordering benadeelde partij / schadevergoedingsmaatregel
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Bijlagen
12.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) jaar;
€ 6.100,-wegens immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 20 juni 2017 tot aan de dag van voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde] aan de staat te betalen een bedrag van
€ 6.100,-wegens immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 juni 2017 tot aan de dag van voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 6.100,- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van
65 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;