Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- het verzoekschrift van de man, ingekomen op 14 augustus 2019;
- de twee faxberichten met bijlage(n), beide van 3 oktober 2019, van de zijde van de vrouw;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoekschrift, met bijlagen, ingekomen op 3 oktober 2019
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de man bijgestaan door zijn advocaat;
- de raad voor de kinderbescherming (hierna: de raad), vertegenwoordigd door [naam] .
2.De vaststaande feiten
- Het op de Participatiewet gebaseerde normbedrag, inclusief vakantiegeld, voor een alleenstaande van € 1.030,-.
- De woonlasten van € 514,-, bestaande uit de rentebetaling in verband met de hypotheek gevestigd op de voormalige echtelijke woning van € 376,-, de aflossing van € 269,- en de overige eigenaarslasten, die worden gesteld op € 95,-, verminderd met de gemiddelde basishuur van € 226,-.
- De ziektekosten van € 81,-, bestaande uit de premie voor een zorgverzekering, inclusief aanvullende verzekeringen, van € 166,-, verminderd met het al in de bijstandsnorm begrepen deel van de ziektekosten van € 35,- en de zorgtoeslag van € 82,- en vermeerderd met het eigen risico dat aan deze verzekering is verbonden van € 32,-;
- Het eigen aandeel van de vrouw in de kosten van de minderjarige bedraagt € 184,- per maand.