Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[gedaagde 1] ,
1.Het verloop van de procedure
- het exploot van dagvaarding, met producties;
- de conclusie van antwoord, met producties;
- de brief van 3 mei 2018 van de gemachtigde van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] , met productie;
- de conclusie van repliek, met producties;
- de conclusie van dupliek, met producties;
- de brief van 22 juni 2018 van de gemachtigde van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] , met productie;
- de rolbeslissing van 27 juli 2018;
- de akte zijdens Amvest, met productie;
- de antwoordakte zijdens [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ;
- de rolbeslissing van 26 oktober 2018;
- de akte zijdens Amvest, met productie.
2.De vaststaande feiten
3.Het geschil
- de huurovereenkomst tussen partijen te ontbinden en [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te veroordelen tot ontruiming van de woning binnen drie dagen na betekening van het vonnis;
- [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk, des dat de één betalend de ander zal zijn bevrijd, te veroordelen tot betaling van € 4.059,54 aan achterstallige huurtermijnen, rente en kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 3.466,56 vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van de algehele voldoening;
- [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk, des dat de één betalend de ander zal zijn bevrijd, te veroordelen tot betaling van € 1.143,53 voor iedere maand, te verhogen met de (wettelijk) toegestane huurverhoging, vanaf 1 april 2018 zolang [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in gebreke blijven met de ontruiming van de woning, een gedeelte van een maand te rekenen voor een hele;
- [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te veroordelen in de proceskosten.