Uitspraak
VONNIS (ontneming)
[naam veroordeelde] ,
5.
medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;
7.
€ 230,00 +
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam heeft op 4 november 2019 een vonnis gewezen inzake de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van een veroordeelde die betrokken was bij meerdere strafbare feiten, waaronder medeplegen van oplichting en diefstal met valse sleutels. De ontnemingsvordering is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht en betreft het voordeel dat de veroordeelde heeft verkregen uit de baten van deze feiten.
De rechtbank heeft het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €9.310,79, gebaseerd op de schade aan meerdere benadeelde partijen. De veroordeelde heeft zich tijdens het proces beroepen op zijn zwijgrecht en geen inzicht gegeven in een mogelijke verdeling van het voordeel met mededaders. Daarom is het voordeel als gemeenschappelijk aangemerkt en is de veroordeelde hoofdelijk aansprakelijk voor de betalingsverplichting.
De rechtbank heeft geen vermindering van het te betalen bedrag toegestaan omdat de vorderingen van de benadeelde partijen nog niet onherroepelijk zijn toegewezen. Het volledige bedrag moet aan de staat worden betaald. Bij de beslissing zijn de persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde meegewogen, maar er is geen reden om af te wijken van het gevorderde bedrag.
De ontnemingsvordering is toegewezen en de veroordeelde is verplicht het bedrag van €9.310,79 aan de staat te betalen, met de bepaling dat betaling door medeveroordeelden de betalingsverplichting van de veroordeelde vermindert.
Uitkomst: De veroordeelde is verplicht €9.310,79 aan de staat te betalen als ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.