ECLI:NL:RBROT:2019:8676
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- P.C. Santema
- M. de Geus
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in civiele procedure over woningonderhoud
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die betrokken was bij een civiele bodemprocedure over onderhoudsklachten aan een woning. Het verzoek betrof onder meer het toestaan van een akte tot vermeerdering van eis door de wederpartij kort voor de zitting, terwijl verzoeker geen nieuwe stukken mocht indienen. Tevens stelde verzoeker dat de rechter onvoldoende oog had voor de volledige inhoud van de zaak en niet alle bewijzen toeliet.
De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek tijdig was ingediend, maar dat de aangevoerde feiten en omstandigheden onvoldoende zwaarwegende aanwijzingen bevatten voor vooringenomenheid van de rechter. Het proces-verbaal van de zitting werd als juist aangenomen, ondanks dat verzoeker daarover twijfels had. De procesbeslissingen van de rechter, zoals het toelaten van stukken, zijn niet onbegrijpelijk en kunnen niet als grond voor wraking dienen.
De rechtbank benadrukte dat wraking niet bedoeld is als middel tegen onwelgevallige of mogelijk onjuiste procesbeslissingen. Het verzoek werd daarom ongegrond verklaard en afgewezen. De beslissing werd uitgesproken door een meervoudige kamer voor wrakingszaken op 31 oktober 2019.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens gebrek aan voldoende feiten die vooringenomenheid aantonen.