Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift, door de rechtbank ontvangen op 13 mei 2019, met producties;
- het verweerschrift, met producties.
Rechtbank Rotterdam
De werknemer, sinds 2005 in dienst als productiemedewerker, werd op 4 maart 2019 betrokken bij een incident op het terrein van de werkgever waarbij een collega hem duwde, waarna hij een klap uitdeelde. De werkgever sprak daarop ontslag op staande voet uit wegens mishandeling en overtreding van veiligheidsvoorschriften.
De werknemer betwistte dat hij de klap had gegeven, maar getuigenverklaringen en zijn eerdere eigen verklaringen wezen anders uit. De rechter stelde vast dat het slaan van een collega een dringende reden is voor ontslag op staande voet, ook zonder expliciete gedragsregels.
Hoewel de werknemer stelde dat hij handelde uit adrenaline en pijn na de duw, oordeelde de rechter dat er geen sprake was van zelfverdediging omdat de collega zich niet meer agressief gedroeg en er tijd was om te bezinnen. Ook het overtreden van veiligheidsregels en het ontbreken van berouw versterkten het ontslagbesluit.
De kantonrechter wees het verzoek tot vernietiging van het ontslag af en veroordeelde de werknemer in de proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt bevestigd en het verzoek tot vernietiging afgewezen.