ECLI:NL:RBROT:2019:8331
Rechtbank Rotterdam
- Verschoning
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke afwijzing beroep journalistiek verschoningsrecht op grond van bronbescherming
In deze strafzaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 28 juni 2019 uitspraak gedaan over het beroep op journalistiek verschoningsrecht door een getuige die informatie van een bron heeft ontvangen. De getuige wilde zich beroepen op bronbescherming om te voorkomen dat hij over de bron gehoord zou worden. De rechtbank overwoog dat de identiteit van de bron reeds openbaar en bekend was bij alle procespartijen en derden, mede doordat de tapgesprekken integraal in het dossier waren opgenomen.
De rechtbank oordeelde dat het verschoningsrecht niet meer geldt voor de reeds bekende bron en de informatie uit de tapgesprekken. Wel erkende de rechtbank dat het verschoningsrecht kan gelden voor andere, nog niet bekende bronnen, mits de getuige dit bij het verhoor concreet kan motiveren. In dat geval zal de rechter-commissaris de motivering buiten aanwezigheid van de verdachte en het Openbaar Ministerie beoordelen en zal deze informatie niet in het proces-verbaal worden opgenomen.
De rechtbank wees het beroep op verschoningsrecht af voor de reeds bekende bron, maar liet ruimte voor het beroep op verschoningsrecht ten aanzien van andere bronnen. Hiermee werd een balans gezocht tussen het belang van bronbescherming en het maatschappelijk belang van het strafrechtelijk onderzoek.
Uitkomst: Het beroep op journalistiek verschoningsrecht wordt afgewezen voor de reeds bekende bron uit tapgesprekken.