ECLI:NL:RBROT:2019:8327

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
3 september 2019
Publicatiedatum
24 oktober 2019
Zaaknummer
10/035015-96
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38d Sr
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling wegens poging tot moord met dwangverpleging

De terbeschikkingstelling van de ter beschikking gestelde, opgelegd wegens poging tot moord, is sinds 1997 van kracht en werd in 2017 voor twee jaar verlengd. In juli 2019 verzocht het openbaar ministerie om een nieuwe verlenging van twee jaar. De rechtbank behandelde dit verzoek op 3 september 2019, waarbij de ter beschikking gestelde telefonisch werd gehoord.

De inrichting adviseerde verlenging met twee jaar vanwege een blijvende geestelijke stoornis en het hoge risico op crimineel en gewelddadig gedrag bij beëindiging van de maatregel. De psychiater en psycholoog onthielden zich van advies omdat de ter beschikking gestelde niet meewerkte, maar achten verlenging wel aangewezen op basis van beschikbare informatie.

De officier van justitie steunde de verlenging van twee jaar. De raadsman van de ter beschikking gestelde verzocht primair afwijzing en subsidiair verlenging met één jaar vanwege een aanstaande zorgconferentie. De rechtbank verwierp het primaire verweer en oordeelde dat de situatie niet binnen een jaar zodanig zal verbeteren dat een kortere verlenging verantwoord is.

De rechtbank verlengde de terbeschikkingstelling met twee jaar, waarmee de totale duur ruim vier jaar overschrijdt. Dit is toegestaan gezien de ernst van het delict en het blijvende gevaar voor de veiligheid van anderen. Tegen deze beslissing staat beroep open bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling met dwangverpleging met twee jaar.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Team straf 2
Parketnummer: 10/035015-96
Datum uitspraak: 3 september 2019
Beslissing van de rechtbank Rotterdam, raadkamer voor strafzaken, met betrekking tot de terbeschikkingstelling van
[naam ter bischikking gestelde], (de ter beschikking gestelde),
geboren te [geboorteplaats ter beschikking gestelde] (Kaapverdië) op [geboortedatum ter beschikking gestelde] ,
(formeel) verblijvende in de Pompestichting LFPZ te Zeeland (de inrichting),
raadsman mr. N.A. Heidanus, advocaat te Groningen.

1.Inleiding

Bij arrest van het gerechtshof Den Haag van 19 augustus 1996 is de terbeschikkingstelling van [naam ter bischikking gestelde] gelast en is zijn verpleging van overheidswege (dwangverpleging) bevolen.
De terbeschikkingstelling is gelast ter zake van poging tot moord. De termijn van de terbeschikkingstelling is aangevangen op 3 september 1997.
Bij beslissing van 19 september 2017 heeft deze rechtbank de terbeschikkingstelling laatstelijk verlengd met twee jaar.

2.Procesverloop

De rechtbank heeft op 18 juli 2019 van het openbaar ministerie een vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling ontvangen (artikel 38d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht). Bij die vordering zijn de daarbij vereiste stukken gevoegd.
De vordering is op de openbare zitting van 3 september 2019 behandeld. De officier van justitie, mr. J.F.C. Janssen, de raadsman van de ter beschikking gestelde voornoemd en als getuige mevrouw [naam getuige] , werkzaam bij de inrichting, zijn gehoord.
De ter beschikking gestelde is, met instemming van alle betrokkenen, telefonisch gehoord.

3.Adviezen

Advies inrichting
Het advies gedateerd 6 juni 2019 luidt de termijn van de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren.
Bij de ter beschikking gestelde is sprake van een stoornis. De afgelopen jaren is er weinig in het toestandsbeeld en functioneren veranderd. Hij verblijft al geruime tijd binnen een LFPZ-voorziening van de inrichting te Zeeland, nadat gebleken is dat alle (medicamenteuze) behandelpogingen niet hebben geleid tot afname van de delictgevaarlijkheid. Indien het kader van de terbeschikkingstelling zou komen te vervallen, is de inschatting dat het risico op crimineel en/of gewelddadig gedrag hoog is. Een hoog beveiligingsniveau is noodzakelijk.
Advies psychiater
De psychiater, J.L.M. Dinjens, heeft een rapport opgesteld gedateerd 23 april 2019.
Omdat de ter beschikking gestelde heeft geweigerd mee te werken aan de totstandkoming van dit rapport, onthoudt de psychiater zich van advies. Gelet op alle beschikbare informatie acht de psychiater een verlenging van de maatregel wel aangewezen.
Advies psycholoog
De psycholoog, R.J.A. van Helvoirt, heeft een rapport opgesteld gedateerd 23 april 2019.
Omdat de ter beschikking gestelde heeft geweigerd mee te werken aan de totstandkoming van dit rapport, onthoudt de psycholoog zich van advies.

4.Standpunt van partijen

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar.
Standpunt van de ter beschikking gestelde
Namens de ter beschikking heeft zijn raadsman primair afwijzing van de vordering bepleit, omdat een verlenging niet noodzakelijk is en subsidiair is een verlenging van de maatregel bepleit met één jaar gelet op de aanstaande zorgconferentie.

5.Beoordeling

Op grond van de adviezen van de deskundigen komt de rechtbank tot de volgende oordelen:
- er is nog steeds sprake van een gebrekkige ontwikkeling van en/of ziekelijke stoornis in de geestvermogens van de ter beschikking gestelde;
- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling wordt verlengd.
Het primaire verweer van de raadsman wordt verworpen.
Namens de ter beschikking gestelde is, onder meer gelet op de nog plaats te vinden zorgconferentie, bepleit de maatregel te verlengen voor een periode van één jaar. Volgens vaste jurisprudentie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden moet bij verlenging van een terbeschikkingstelling een termijn van twee jaar worden gehanteerd. Slechts indien te verwachten valt dat binnen een jaar de situatie zodanig is gewijzigd dat een andere beslissing van de rechtbank aan de orde is, is verlenging van één jaar aangewezen.
Hiervan is gelet op de adviezen en de toelichting daarop ter zitting in het onderhavige geval geen sprake. De enkele omstandigheid dat een zorgconferentie zal plaatsvinden, maakt evenmin dat naar verwachting de situatie van de ter beschikking gestelde binnen de termijn van één jaar zal wijzigen. De rechtbank zal de maatregel daarom verlengen met twee jaren.
De totale duur van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging gaat daarmee een periode
van vier jaar te boven. Verlenging is niettemin mogelijk, omdat de maatregel is opgelegd ter
zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid
van het lichaam van één of meer personen, te weten poging tot moord.

6.Beslissing

De rechtbank:
verlengtde termijn van de terbeschikkingstelling met
2 (twee) jaren.
Deze beschikking is gegeven door
mr. J. van Dort, voorzitter,
en mrs. M.J.M. van Beckhoven en M. Bakhuis, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. V.E. Scholtens griffier,
en is in het openbaar uitgesproken.
De griffier is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.
Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de uitspraak en de ter beschikking gestelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.