Uitspraak
1.[eiser 1] ,
en
Rechtbank Rotterdam
Eisers hebben gedaagde bij verstek veroordeeld gevorderd tot betaling van schadevergoeding wegens inbreuk op hun auteurs- en persoonlijkheidsrechten, alsmede vergoeding van proceskosten. De rechtbank stelt vast dat de schadevergoeding van €600 per eiser toewijsbaar is. De vordering tot verklaring voor recht wordt afgewezen wegens gebrek aan belang.
De proceskosten worden ambtshalve gematigd op basis van de indicatietarieven voor intellectuele eigendom-zaken, vanwege het eenvoudige en niet-bewerkelijke karakter van de zaak. De vergoeding van €385,88 voor vaststelling en invordering van schade wordt toegewezen. De buitengerechtelijke incassokosten worden beperkt tot €180,00, gelet op redelijkheid en gebruikelijke tarieven.
De gevorderde rente over de proceskosten en informatiekosten worden niet toegekend. De nakosten worden toegewezen en begroot op €50 nasalaris en €68 kosten betekening, vermeerderd met btw indien van toepassing. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van schadevergoeding en proceskosten wegens inbreuk op auteurs- en persoonlijkheidsrechten.