Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis van de officier van justitie
- bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 5 jaar en als bijzondere voorwaarden een meldplicht en ambulante behandeling.
- De officier van justitie heeft gevorderd de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren. Daarnaast heeft de officier van justitie oplegging van de maatregel van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (Sr.) gevorderd, met daaraan een proeftijd van 5 jaar en per overtreding 1 maand hechtenis gekoppeld.
4.Waardering van het bewijs
1 januari 2018tot 10 mei 2018 te Spijkenisse,
5.Strafbaarheid van het feit
6.Strafbaarheid van de verdachte
7.Motivering van de straf
8.Vordering van de benadeelde partij
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlagen
11.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden;
€ 7.500,00 (zegge: zevenduizend vijfhonderd euro),bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 1 januari 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen
€ 7.500,00(hoofdsom,
zegge: zevenduizend vijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2018 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 7.500,00 vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van
150 (honderdvijftig) dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op.