ECLI:NL:RBROT:2019:751

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
30 januari 2019
Publicatiedatum
1 februari 2019
Zaaknummer
10/993040-16
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 lid 1 onder e Wet op de accijnsArt. 1 lid 1 onder 2 Wet op de accijnsArt. 279 SvArt. 377 lid 2 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs accijnsontduiking gasolie bunkertanks binnenvaartschip

De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen een verdachte rechtspersoon die werd verdacht van het onttrekken van gasolie aan accijnsheffing door het gebruik van gasolie met een te laag gehalte aan kleurstof Solvent Yellow 124 in de bunkertanks van een binnenvaartschip.

De verdediging voerde aan dat de verdachte geen invloed had op de samenstelling van de gebunkerde gasolie en dat uit analyses bleek dat gasolie bij Nederlandse bunkerstations niet altijd het vereiste kleurstofgehalte bevatte. Over Belgische bunkerstations was geen informatie beschikbaar. Hierdoor kon niet worden uitgesloten dat de verdachte op legale wijze gasolie had gebunkerd die niet aan de kleurstofeisen voldeed.

De officier van justitie erkende dit standpunt en vorderde vrijspraak. De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om te concluderen dat de verdachte opzettelijk gasolie had voorhanden gehad die niet in de accijnsheffing was betrokken. Ook het tweede feit werd niet wettig en overtuigend bewezen verklaard.

De rechtbank vernietigde de eerder uitgevaardigde strafbeschikking en sprak de verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.

Uitkomst: Verdachte vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat gasolie niet aan accijnsregels voldeed.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1
Parketnummer: 10/993040-16
Datum uitspraak: 30 januari 2019
Tegenspraak (art. 279 Sv Pro.)
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[naam verdachte rechtspersoon] ,
gevestigd op het adres
[vestigingsadres verdachte rechtspersoon] , [vestigingsplaats verdachte rechtspersoon] (België),
gemachtigd raadsman mr. M.J. van Dam, advocaat te Capelle aan den IJssel.

1.Onderzoek op de terechtzitting

De verdachte is gedagvaard voor de zitting van de politierechter van 30 januari 2018 in deze rechtbank. De politierechter heeft vervolgens de zaak op de zitting van 15 juni 2018 verwezen naar de meervoudige kamer van deze rechtbank. De zaak is daar aanhangig gemaakt op de zitting van 10 december 2018.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek van de politierechter op de terechtzittingen van 30 januari 2018 en 15 juni 2018 en (zulks op de voet van artikel 377, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering) van de meervoudige kamer op de terechtzittingen van 10 december 2018 en 30 januari 2019.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3.Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. P. van de Kerkhof heeft gevorderd:
- vrijspraak van het onder 1 primair en subsidiair en het onder 2 tenlastegelegde.

4.Waardering van het bewijs

4.1.
Vrijspraak feit 1
De vraag die in deze zaak beantwoord moet worden, is of de verdachte in de bunkertanks van de tanklichter [naam tanklichter] (opzettelijk) gasolie voorhanden heeft gehad die niet in de accijnsheffing is betrokken.
De officier van justitie heeft zich (aanvankelijk) op het standpunt gesteld dat dit het geval was omdat het gehalte Solvent Yellow 124 in de gasolie lager was dan voorgeschreven.
De verdediging stelt zich op het standpunt dat met bunkerbonnen is aangetoond dat de gasolie is ingenomen bij bunkerstations en dat de verdachte geen invloed heeft op de samenstelling van de gebunkerde gasolie.
Uit analyseresultaten van monsters die bij Nederlandse bunkerstations zijn genomen, blijkt dat de gasolie bij bunkerstations niet in alle gevallen voldoende Solvent Yellow 124 bevat. Over de samenstelling van gasolie bij Belgische bunkerstations is geen informatie voorhanden.
Onder deze omstandigheden kan – zoals ook de officier van justitie in zijn requisitoir heeft erkend – niet worden uitgesloten dat op reguliere, legale wijze gasolie is gebunkerd die niet voldeed aan de eisen met betrekking tot het Solvent Yellow 124-gehalte. Alleen al om die reden komt de rechtbank tot vrijspraak, zoals overigens gevorderd door de officier van justitie en bepleit door de verdediging.
4.2.
Vrijspraak zonder nadere motivering feit 2
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder feit 2 tenlastegelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

5.Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlage maken deel uit van dit vonnis.

6.Beslissing

De rechtbank vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking en beslist als volgt:
verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. E.M. Havik, voorzitter,
en mrs. J.J. van den Berg en L. Daum, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D.D.B. Reuter, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 30 januari 2019.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
1.
zij op of omstreeks 1 september 2015, in de gemeente Rotterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een hoeveelheid accijnsgoederen als bedoeld in artikel 1 lid 1 onder Pro e van de Wet op de accijns, te weten (rode) gasolie (bestemd voor de voortstuwing van de tanklichter) ( [naam tanklichter] ) in de bunkertank(s):
- bunkertank bakboord machinekamer achterschip,
- bunkertank stuurboord machinekamer achterschip,
- bunkertank stuurboord machinekamer voorschip,
- bunkertank bakboord machinekamer voorschip,
voorhanden heeft/hebben gehad en/of voorhanden heeft/hebben doen hebben welke niet overeenkomstig de bepalingen inzake de Wet op de accijns in de heffing is/zijn betrokken;
subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
zij op of omstreeks 1 september 2015, in de gemeente Rotterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk minerale oliën die zijn voorzien van herkenningsmiddelen, zoals voorgeschreven bij ministeriële regeling, buiten een accijnsgoederenplaats voorhanden heeft/hebben gehad en/of voorhanden heeft/hebben doen hebben samen met middelen die de afscheiding en/of opheffing en/of verandering in deze oliën kunnen bewerkstelligen, immers voldeden de herkenningsmiddelen in de ‘gemerkte’ gasolie met vrijstelling van accijns, in de bunkertank(s):
- bunkertank bakboord machinekamer achterschip,
- bunkertank stuurboord machinekamer achterschip,
- bunkertank stuurboord machinekamer voorschip,
- bunkertank bakboord machinekamer voorschip,
niet meer aan de voorgeschreven eisen voor hoeveelheden Solvent Yellow (124);
2.
zij op of omstreeks 1 september 2015, in de gemeente Rotterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een hoeveelheid accijnsgoederen als bedoeld in artikel 1 lid 1 onder Pro 2 van de Wet op de accijns, te weten (rode) gasolie (bestemd voor de voortstuwing van de tanklichter) ( [naam tanklichter] ) in de bunkertank(s):
-bunkertank bakboord machinekamer achterschip,
-bunkertank stuurboord machinekamer achterschip,
-bunkertank stuurboord machinekamer voorschip,
-bunkertank bakboord machinekamer voorschip,
voorhanden heeft/hebben gehad en/of voorhanden heeft/hebben doen hebben, zonder bescheid aan de hand waarvan de herkomst van die gasolie kan worden aangetoond.