ECLI:NL:RBROT:2019:750
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.M. Havik
- J.J. van den Berg
- L. Daum
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs accijnsontduiking gasolie bunkertanks binnenvaartschip
De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen een verdachte rechtspersoon die werd beschuldigd van het onttrekken van gasolie aan de accijns door het bunkeren van gasolie met een te laag gehalte aan kleurstof Solvent Yellow 124 in de bunkertanks van een binnenvaartschip.
De verdediging stelde dat de verdachte geen invloed had op de samenstelling van de gebunkerde gasolie en dat uit analyses bleek dat gasolie bij Nederlandse bunkerstations niet altijd aan de kleurstofnorm voldeed. Voor Belgische bunkerstations ontbrak informatie. Hierdoor kon niet worden uitgesloten dat de verdachte op legale wijze gasolie had gebunkerd die niet voldeed aan de kleurstofeisen.
De officier van justitie erkende dit standpunt en vorderde vrijspraak. De rechtbank oordeelde dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend was bewezen en sprak de verdachte vrij. Tevens vernietigde de rechtbank een eerder uitgevaardigde strafbeschikking.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 30 januari 2019.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat gasolie in bunkertanks niet aan accijnseisen voldeed.