ECLI:NL:RBROT:2019:749
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.M. Havik
- J.J. van den Berg
- L. Daum
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs accijnsontduiking gasolie binnenvaartschip
De rechtbank Rotterdam heeft verdachte vrijgesproken van de tenlastelegging dat hij op of omstreeks 16 februari 2015 te Rotterdam opzettelijk gasolie in de bunkertanks van een binnenvaartschip zou hebben gehad die niet in de accijnsheffing was betrokken. De tenlastelegging berustte op het feit dat het gehalte van de kleurstof Solvent Yellow 124 in de gasolie lager was dan voorgeschreven.
De verdediging stelde dat verdachte geen invloed had op de samenstelling van de gebunkerde gasolie en dat uit analyseresultaten bleek dat gasolie bij Nederlandse bunkerstations niet altijd voldoende kleurstof bevatte. Over Belgische bunkerstations was geen informatie beschikbaar. Hierdoor kon niet worden uitgesloten dat de gasolie op legale wijze was gebunkerd, ondanks het lage kleurstofgehalte.
De officier van justitie erkende dit standpunt en vorderde vrijspraak. De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om schuld vast te stellen en sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. Tevens werd de eerder uitgevaardigde strafbeschikking vernietigd.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij gasolie met ontoereikend kleurstofgehalte in de bunkertanks had.