ECLI:NL:RBROT:2019:6913

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
21 augustus 2019
Publicatiedatum
28 augustus 2019
Zaaknummer
C/10/578898 / JE RK 19-2371
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ondertoezichtstelling van kinderen ondanks niet voldoen aan wettelijke criteria

Op 21 augustus 2019 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam een beschikking uitgesproken over de ondertoezichtstelling van twee kinderen, [naam kind 1] en [naam kind 2]. De Raad voor de Kinderbescherming had verzocht om de ondertoezichtstelling voor de duur van negen maanden, omdat er zorgen waren over de opvoedsituatie. De moeder had te maken met psychiatrische problematiek, wat haar beschikbaarheid voor de kinderen beïnvloedde. De vader had tijdelijk zijn werk neergelegd om voor de kinderen te zorgen, maar er waren financiële problemen door het gebrek aan kinderopvang en de taalbarrière die de ouders ondervonden bij het regelen van hulpverlening.

Tijdens de zitting werd duidelijk dat de ouders openstonden voor hulpverlening, maar dat de hulpverlening van het wijkteam Ridderkerk niet van de grond kwam. De kinderrechter oordeelde dat, ondanks dat de situatie niet voldeed aan de wettelijke criteria voor ondertoezichtstelling, het in het belang van de kinderen was om hen onder toezicht te stellen. De kinderrechter stelde de kinderen onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot 21 mei 2020. De beschikking werd mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken, met de mogelijkheid voor hoger beroep binnen drie maanden na de uitspraak.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaakgegevens: C/10/578898 / JE RK 19-2371
datum uitspraak: 21 augustus 2019

beschikking ondertoezichtstelling

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht,

hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam,
betreffende

[naam kind 1] ,

geboren op [geboortedatum kind 1] 2015 te [geboorteplaats kind 1] , hierna te noemen [naam kind 1] ,
[naam kind 2],
geboren op [geboortedatum kind 2] 2018 te [geboorteplaats kind 2] , hierna te noemen [naam kind 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] ,

[naam vader] ,

hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoek met bijlagen van de Raad van 24 juli 2019, ingekomen bij de griffie op 26 juli 2019.
Op 21 augustus 2019 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.
Gehoord zijn:
- de ouders, bijgestaan door mr. Ch. J. Nicolaï en door een tolk Chinees-Mandarijn,
[naam tolk] ,
- een vertegenwoordigster van de Raad, mw. [naam vertegenwoordigster 1] ,
- een vertegenwoordigster van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, hierna te noemen de GI, mw. [naam vertegenwoordigster 2] .

De feiten

Het ouderlijk gezag over [naam kind 1] en [naam kind 2] wordt uitgeoefend door de ouders.
[naam kind 1] en [naam kind 2] wonen bij de ouders.

Het verzoek

De Raad heeft de ondertoezichtstelling van [naam kind 1] en [naam kind 2] verzocht voor de duur van negen maanden.
De Raad heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. Er zijn zorgen over de opvoedsituatie van [naam kind 1] en [naam kind 2] . De moeder is door haar psychiatrische problematiek onvoldoende beschikbaar voor de kinderen.

Het standpunt van de GI

De GI acht het noodzakelijk dat er hulpverlening wordt ingezet in het gezin. Bij de moeder is er sprake van een verwaarloosde postnatale depressie waardoor zij een psychose heeft gehad. De moeder krijgt medicatie en heeft een nazorgtraject bij Antes. De vader is gestopt met werken om de zorg voor de [naam kind 1] en [naam kind 2] te dragen maar wil graag weer aan het werk. [naam kind 1] gaat binnenkort weer naar een peuterspeelzaal. De GI is bezig met een speciale indicatie voor [naam kind 2] zodat zij ook naar een kinderdagverblijf kan. Daarnaast is er hulp nodig bij het regelen van financiële zaken, zoals het aanvragen van uitkeringen. De ouders staan open voor hulpverlening. Wanneer een goede hulpverlener van het wijkteam het gezin zou helpen, zou een ondertoezichtstelling niet nodig zijn. Hulpverleners, waaronder het wijkteam Ridderkerk, willen echter niet starten vanwege de taalbarrière. De jeugdbeschermer wijst erop dat de GI en de medewerkers van de ambulante spoedhulp zonder tolk met succes hulp hebben geboden aan de ouders.

Het standpunt van de ouders

Door en namens de ouders is verweer gevoerd tegen het verzoek, de gronden voor een ondertoezichtstelling zijn volgens hen niet aanwezig. Uit een gesprek tussen de GI, de behandelaren van Antes en de advocaat is duidelijk geworden dat [naam kind 1] en [naam kind 2] veilig zijn in de thuissituatie. De moeder is nu al maanden rustig, goed aanspreekbaar en medicatiegetrouw. Wel zijn er wat financiële problemen in het gezin. De vader wil graag weer aan het werk. Er is geen moment geweest dat dat de ouders niet open stonden voor of niet meewerkten met de geboden hulpverlening.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat [naam kind 1] en [naam kind 2] ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. De moeder is vanwege een kraampsychose opgenomen geweest middels een rechterlijke machtiging. De kinderen zijn getuige geweest van het verwarde, onvoorspelbare en agressieve gedrag van de moeder. De situatie heeft daarnaast gezorgd voor spanningen in de relatie tussen de ouders. De vader heeft na het wegvallen van de moeder de zorg voor [naam kind 1] en [naam kind 2] van de moeder overgenomen en is daarvoor tijdelijk gestopt met werken. Hij slaagt erin, ondanks zijn onervarenheid, om een veilige thuissituatie te creëren voor hen.
Inmiddels is de moeder weer thuis en zij krijgt begeleiding en medicatie van Antes. De ouders spreken echter de Nederlandse taal niet waardoor zij moeite hebben met het regelen van praktische zaken. Doordat de vader op dit moment vanwege de zorg voor de kinderen niet werkt en er geen kinderopvang is geregeld ontstaan er financiële problemen. De moeder is vanwege haar persoonlijke problematiek nog onvoldoende beschikbaar voor [naam kind 1] en [naam kind 2] en het is in het belang van de kinderen dat het gezin hulp krijgt.
De ouders staan volledig open voor hulpverlening in het vrijwillig kader en de GI geeft aan dat hulpverlening in het vrijwillig kader toereikend kan zijn. Daarmee voldoet de situatie niet aan de gronden voor een ondertoezichtstelling (artikel 1:255, eerste lid, aanhef en onder a van het Burgerlijk Wetboek). De kinderrechter zal niettemin een ondertoezichtstelling uitspreken nu de hulpverlening van het wijkteam Ridderkerk niet van de grond is gekomen, ondanks de grote inspanningen van de GI. De kinderrechter verbaast zich dat, naar zij begrijpt, het wijkteam Ridderkerk dit gezin niet de hulp kan dan wel wil bieden die het nodig vanwege een taalbarrière.
Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter [naam kind 1] en [naam kind 2] onder toezicht stellen voor de gevraagde duur van negen maanden.

De beslissing

De kinderrechter:
stelt [naam kind 1] en [naam kind 2] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam, tot 21 mei 2020;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 augustus 2019 door mr. M.J.M. Marseille, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. W. Apeldoorn als griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 28 augustus 2019.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.