ECLI:NL:RBROT:2019:6738
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid na eindbeslissing
Verzoeker diende op 15 maart 2019 een verzoek in voor een voorlopig getuigenverhoor op grond van artikel 186 Rv Pro. De rechter behandelde dit verzoek en gaf op 12 juli 2019 een beschikking die als eindbeslissing geldt. Op 17 juli 2019 diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen de rechter die de beschikking had gegeven.
Omdat het wrakingsverzoek pas na de eindbeslissing werd ingediend en de rechter de zaak niet meer behandelde, was het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk. Wraking is bedoeld om de onpartijdigheid van een rechter te waarborgen zolang deze nog bij de behandeling van een zaak betrokken is.
De rechtbank oordeelde dat het doel van wraking niet meer bereikt kan worden na een einduitspraak en wees het verzoek daarom af op grond van artikel 9.1 van het Wrakingsprotocol. De beslissing werd uitgesproken door een meervoudige kamer voor wrakingen op 19 juli 2019.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is afgewezen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid omdat het na de eindbeslissing werd ingediend.