Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis van de officier van justitie
- vrijspraak van het onder 2 primair en 3 primair ten laste gelegde;
- bewezenverklaring van het onder 1, 2 subsidiair, 3 subsidiair, 4 en 5 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarden een toezicht van en meldplicht bij de reclassering en een behandelverplichting bij De Waag of een soortgelijke instelling, zo lang als de reclassering dat nodig acht.
4.Waardering van het bewijs
5.Strafbaarheid van de feiten
1. opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is
2. opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen
3. opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen
4. opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is
5. opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is
6.Strafbaarheid van de verdachte
7.Motivering van de straf
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Bijlagen
10.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) maanden;