ECLI:NL:RBROT:2019:6441

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
8 augustus 2019
Publicatiedatum
12 augustus 2019
Zaaknummer
KTN-7386216_08082019
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119a lid 1 BWArt. 6:96 lid 4 BWBesluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot betaling buitengerechtelijke incassokosten zonder gespecificeerde nota toegewezen

In deze civiele procedure vordert Stedin Netbeheer B.V. betaling van openstaande bedragen voor elektriciteit en gas, inclusief buitengerechtelijke incassokosten, van Mulder Europe B.V. Mulder erkent de hoofdsom maar betwist de betaling van incassokosten vanwege het ontbreken van een gespecificeerde nota.

De kantonrechter overweegt dat artikel 16 lid 1 van Pro de algemene voorwaarden alleen ziet op levering van diensten en goederen, en niet op incassokosten. De buitengerechtelijke incassokosten vloeien voort uit te late betaling en vereisen geen gespecificeerde nota. Stedin heeft bovendien meerdere herinneringen en e-mails gestuurd waarin de kosten zijn toegelicht.

Mulder heeft onvoldoende onderbouwd waarom deze uitleg niet volstaat, waardoor het verweer wordt verworpen. De hoogte van de incassokosten is niet betwist en wordt toegewezen conform het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten. Mulder wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, incassokosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Mulder Europe B.V. wordt veroordeeld tot betaling van €3.132,87 aan Stedin Netbeheer B.V. inclusief incassokosten en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Zaaknummer: 7386216 \ CV EXPL 18-7954
uitspraak: 8 augustus 2019
vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
STEDIN NETBEHEER B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: Flanderijn Incasso Gerechtsdeurwaarders,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
MULDER EUROPE B.V.,
gevestigd te Dordrecht,
gedaagde,
vertegenwoordigd door: J.A.M. van der Wel.
Partijen worden hierna aangeduid als “Stedin” en “Mulder”.

1.Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure volgt uit het volgende:
  • het tussenvonnis van 25 april 2019;
  • de akte van Stedin;
  • de aantekening dat op 10 juli 2019 de comparitie van partijen is gehouden.
De uitspraak van het vonnis is bepaald op heden.

2.De verdere beoordeling van het geschil

2.1
Van het tussenvonnis van 25 april 2019 dient de inhoud als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd.
2.2
Mulder heeft de verschuldigdheid van de gefactureerde bedragen ten behoeve van
elektriciteit en gas niet weersproken. Evenmin heeft zij weersproken dat deze bedragen niet binnen de overeengekomen betalingstermijn zijn voldaan, maar eerst na de in de herinnering genoemde termijn van 14 dagen.
2.3
De kantonrechter begrijpt het verweer van Mulder aldus dat zij de betaling van de buitengerechtelijke kosten heeft opgeschort in afwachting van een (gespecificeerde) factuur van de incassokosten. In artikel 16 lid 1 van Pro de algemene voorwaarden is bepaald dat alle bedragen die Stedin ingevolge de algemene voorwaarden verschuldigd is door middel van een gespecificeerde nota in rekening worden gebracht. Volgens Stedin ziet dit artikel (enkel) op de gefactureerde levering van diensten en goederen. De kantonrechter vindt dit een begrijpelijke en acceptabele uitleg. De verschuldigdheid van de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten vloeit voort uit de (onweersproken) te late betaling door Mulder en niet uit de levering van diensten en goederen, zodat voor deze kosten geen gespecificeerde nota vereist is. Bovendien heeft Stedin – zoals blijkt uit de door haar overgelegde en onbetwist ontvangen herinneringen, de e-mailberichten van 27 juni 2016, 30 augustus 2016, 27 februari 2017, 17 maart 2017 en 29 januari 2018 en de brief van 2 mei 2016 – aan Mulder bij herhaling uiteengezet welke kosten verschuldigd zijn en waarom deze kosten niet afzonderlijk zijn gefactureerd. Dat deze uitleg onvoldoende was ter verantwoording van de kosten voor haar accountant ten behoeve van belastingaangifte is door Mulder onvoldoende onderbouwd. Het verweer slaagt dan ook niet.
2.4
De hoogte van de door Stedin berekende bedrag van in totaal € 3.132,87 is door Mulder niet weersproken. Nu sprake is van een handelsovereenkomst als bedoeld in artikel 6:119a lid 1 BW, zal gelet op het bepaalde in artikel 6:96 lid 4 BW Pro het op grond van de tarieven in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten berekende bedrag worden toegewezen.
2.5
Mulder zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Die kosten bedragen € 81,- aan explootkosten, € 4,79 aan informatiekosten, € 476,- aan griffierecht en € 420,- aan salaris gemachtigde (2 punten à € 210,-).

3.De beslissing

De kantonrechter,
veroordeelt Mulder om aan Stedin te betalen een bedrag van € 3.132,87;
veroordeelt Mulder in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Stedin vastgesteld op € 561,79 aan verschotten en € 420,- aan salaris voor de gemachtigde;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.A.F.M. Wouters en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
590