De huurder woont sinds 2015 in een woning van Havensteder. In november 2018 vond een politie-inval plaats waarbij handelshoeveelheden hard- en softdrugs, wapens en drugshandelattributen werden aangetroffen. De burgemeester sloot de woning voor zes maanden op grond van de Opiumwet. Havensteder ontbond de huurovereenkomst buitengerechtelijk en vorderde ontruiming.
De huurder betwistte kennis van de drugs en handel, stelde dat zij geen tekortkoming had begaan en dat haar belangen bij behoud van de woning zwaarder wegen. De kantonrechter oordeelde dat de huurder tekort is geschoten in de nakoming van de huurovereenkomst, mede omdat zij de ex-vriend met goedvinden toegang gaf en onvoldoende toezicht hield.
Gelet op de omvang van de drugsvoorraad en de aard van de aangetroffen goederen achtte de rechter aannemelijk dat de woning voor handel werd gebruikt, wat strijdig is met de huurovereenkomst en algemene huurvoorwaarden. Het belang van Havensteder bij ontbinding en ontruiming weegt zwaarder dan het belang van de huurder bij behoud van de woning.
De kantonrechter veroordeelde de huurder binnen 14 dagen te ontruimen en veroordeelde haar in de proceskosten. Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.