Eiser, sinds 2008 in dienst bij de gemeente Rotterdam, werd op 17 augustus 2017 onvoorwaardelijk ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim. Dit volgde op het gebruik van een dienstauto zonder toestemming voor woon-werkverkeer en privéritten, ondanks een verbod na een interne waarschuwing en schorsing.
De rechtbank oordeelde dat eiser wisselende verklaringen gaf over het gebruik van de auto, waardoor zijn stellingen minder betrouwbaar waren. Verweerder had voldoende aannemelijk gemaakt dat eiser de auto na het verbod bleef gebruiken. Het beginsel van hoor en wederhoor was niet geschonden, aangezien eiser meerdere keren de gelegenheid had tot inzage en verweer, maar hier onvoldoende gebruik van maakte.
Verder faalde eiser in zijn betoog over ongelijke behandeling, omdat geen sprake was van gelijke gevallen en er geen aanwijzingen waren dat collega’s zonder toestemming de auto gebruikten. De rechtbank vond het ontslag niet onevenredig gezien de functie van eiser, de ernst van het plichtsverzuim en het belang van integriteit binnen de gemeente.