Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden aan achttien schuldeisers, waarbij zij een percentage van de vorderingen aanbiedt tegen finale kwijting. Zestien schuldeisers stemden in, maar Zorgcollege en de Gemeente Rotterdam stemden niet in. De gemeente ging akkoord met de regeling, maar niet met finale kwijting vanwege een wettelijke bepaling in artikel 60c van de Participatiewet.
De rechtbank oordeelt dat de Gemeente Rotterdam als weigerende schuldeiser moet worden aangemerkt, omdat zij niet akkoord gaat met finale kwijting, een voorwaarde waaraan alle schuldeisers moeten voldoen. De belangenafweging leidt tot toewijzing van het verzoek, omdat de regeling financieel gunstiger is voor de overige schuldeisers en verzoekster dan een wettelijke schuldsaneringsregeling.
Zorgcollege en de gemeente worden veroordeeld tot instemming met de schuldregeling en in de proceskosten. Het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen. Het vonnis treedt in de plaats van vrijwillige instemming en is direct uitvoerbaar.